Reisverslag van dag tot dag: Costa Rica
San josé - La Fortuna -
Caño Nero -
Monteverde - Tortuguero -
Uvita - Manuel Antonio - Montezuma
zaterdag
24-03-2007 Leeuwarden/Groningen - Miami - San José
We staan om 6uur op. Later zal blijken dat dit
tijdens deze vakantie bijna de gemiddelde tijd is om op te staan. De bus van
7.15 brengt ons naar het station. We staan een beetje te bibberen in onze dunne
kleding. Maar de trein staat al klaar en we rijden naar Zwolle. Hier ontmoeten
we Judith en Adri. Zij zijn in Groningen opgestapt. Gevieren rijden we naar
Schiphol, waar we meteen in kunnen checken.
De Boeing 767 van Martinair, de Beatrix, vertrekt met 10 minuten vertraging. We
zitten bij het raam en aan het gangpad aangezien er twee stoelen aan beide
zijden van het vliegtuig zijn geplaatst (met in het midden nog een rij van 4
stoelen). Echt veel beenruimte hebben we niet en we missen het persoonlijke
beeldscherm met keuzescherm. De geplande reisduur is 9 uur en 40 minuten naar
Miami waar we moeten overstappen. Het is in Amerika 6 uur vroeger dan in Europa.
Maar vannacht gaat ook de zomertijd in, dus weten we niet precies of het nu 6 of
7 uur tijdsverschil is. Op de luchthaven
moeten we vreemd genoeg door de Amerikaanse douane ondanks dat we hier alleen
een transfer hebben. Volgens de verhalen gaat dit lang duren maar het viel ons
erg mee. De beambte was zelfs vriendelijk. Even lijkt het er op dat Judith haar
90 ml tandpasta moest afstaan maar na enig onderzoek mocht dit toch mee. Erg
vreemd dat ze daar zo moeilijk over doen, terwijl voor ons iemand met een
scheermesje in haar handbagage niet wordt staande gehouden. De rugzakken gaan
door de scanner evenals onze schoenen (die we uit moeten trekken). Bert heeft de
verkeerde riem om en als hij door het poortje loopt gaat het weer piepen. Hij
wordt na enig onderzoek toch doorgelaten. Bij de immigratie worden
vingerafdrukken genomen van onze linker en rechter wijsvinger en wordt er een
digitale pasfoto gemaakt. De bril moet hiervoor wel even af. Zouden we nu ook
bij de FBI geregistreerd staan? Snel een stempel in ons paspoort en we kunnen
verder naar de gate voor de vlucht naar San José. Helaas bedraagt de wachttijd
meer dan 2 uur. Daarna konden we weer in het vliegtuig en 2,5 uur later waren we
in San José. Hier kunnen de horloges weer een uurtje terug. Het is bijna 23:00
uur en het tijdsverschil met Nederland bedraagt nu 8 uur. Als we door de
paspoortcontrole zijn, liggen er 3 rugzakken al op de band. Even zijn we bang
dat de rugzak van Bert niet aangekomen is. Maar hij is door iemand anders van de
band gehaald en staat in een hoekje. Nu kunnen we snel door de paspoort controle
en lopen regelrecht in de armen van Fabian en Gerjanne, die al vol ongeduld
staan te wachten. Ze hebben voor Adri zelfs nog een cadeautje voor zijn
verjaardag meegenomen! Hierna lopen we met z’n zessen naar buiten,waar we tegen
een muur van warmte aanlopen.
De afstand tussen de stad en de luchthaven bedraagt 18 kilometer. Met een
door Fabian en Gerjanne geregeld taxibusje gaan we naar ons hostal Casa Poësia.
Ook hebben ze stokbrood met allerlei lekkers en een biertje voor ons klaarstaan.
Helaas zijn er 2 biertjes door iemand anders al meegenomen. Dat is wel erg sneu
voor hen. Om 1 uur (locale tijd) vallen we bijna van onze stoel van de slaap en
besluiten dan ook om te gaan slapen. In Nederland is het al 8 uur 's morgens en
we zijn bijna 26 uur op de been. Gelukkig heeft Casa Poësia heerlijke bedden en
we vallen ook als een blok in slaap.
We zijn om 7 uur al weer wakker. We kunnen de slaap niet meer vatten. Als we na
een verfrissende douche buiten staan merken we dat het heerlijk weer is. Het is
21˚. Omdat de stad op 1150m hoogte ligt, is het hier het hele jaar door rond de
25 ˚. We eten het stokbrood op dat nog van gisteravond overgebleven is. De
koffie is in dit hostal gratis. Later blijkt dat dit bijna in elk hostal zo is.
We gaan de stad bekijken en geld halen. De eerste indruk van de stad is niet
echt super; het is er grauw en bovendien is het bewolkt. De stad wordt omringd
door hoge bergen en vulkanen. Van alle 'Ticos' woont en werkt 70% in deze
omgeving. De stad San José wordt gekenmerkt door veel drukte, chaotisch verkeer
met veel uitlaatgassen en kent nauwelijks bezienswaardigheden of opmerkelijke
historische feiten. De stad is aangelegd in de vorm van een schaakbord, waarbij
de Avenida Central en de Calle Central, die loodrecht op elkaar staan, het
middelpunt zijn.
Fabian en Gerjanne hebben al een ATM gespot. We gaan eerst pinnen. We lopen
langs pleintjes en slenteren door straatjes. We zien kerken en kunstenaars. Het
nationale theater is het mooiste gebouw van San José. Het is gefinancierd door
de 19e eeuwse koffiebaronnen. Op de mercado Artesanal kopen we een beursje voor
de huishoudpot. We zien hier veel dingen die je ook in Peru en Mexico kunt
kopen. Soms zien we mannen lopen met een ploertendoder die met een ketting aan
hun broek hangt. We maken hieruit op dat het hier niet geheel ongevaarlijk zal
zijn.
Maandag 26-03-2007 San josé
Vandaag zij we ook vroeg wakker. Het is het schitterend weer. De temperatuur is
zeer aangenaam. We gaan bij het hostal aan de overkantontbijten. Pannenkoeken en
fruit met yoghurt. Het is opvallend druk zo in de vroege morgen. Het
stadsverkeer komt langzaam op gang en bestaat voornamelijk uit rode taxi's en
typische Amerikaanse schoolbussen. We trekken hierna de zwemkleding aan en gaan
heerlijk luieren bij het zwembadje.
Vandaag moeten we weer geld halen. €150 is ¢100.000,00. Bij de pin automaten
staan ook de cijfers van de centen achter de komma er op. We moeten dus echt de
nullen tellen. Tot onze schrik doen alle passen het niet. Hierna kijkt Judith in
het hostal op internet. De opname die we gister hebben gedaan staat in de wacht.
We begrijpen er niets van. Maar als we het 3 uren later nog maar eens proberen
krijgen we er gelukkig colones uit. We lopen over de mercado Central. We vinden
deze markt niet echt bijzonder. Wel wordt er in de Planet gewaarschuwd voor
zakkenrollers, erg gevaarlijk komt het hier niet op ons over. Maar we zijn hier
aan het einde van de middag en erg druk is het er op dit moment niet. Fabian en
Gerjanne gaan alvast 6 buskaartjes halen voor morgen.
We gaan lekker eten bij Nuestra Tierra. Aan het plafond hangen allemaal uien,
bananen en oude emaille bekers. We eten erg lekker, maar ook schandalig duur
volgens Fabian. Wij hebben nog niet zoveel zicht in het omrekenen. We gaan weer
vroeg naar bed.
Na 2 dagen een beetje bijkomen in San José
vertrekken we om 8.30 uur met de bus naar La Fortuna. We maken eerst zelf een
heerlijk ontbijtje met stokbrood, kaas, ham en tomaat. We nemen twee taxi’s naar
het San Carlos busstation. Janneke denkt eerst dat we een lekke band hebben,
maar de schokbrekers waren kapot. Daar aangekomen wil de kofferbak niet open. De
chauffeur zweet er van, maar na 5 minuten rammen, duwen en sjorren komen de
rugzakken weer tevoorschijn. Ook de rit in de andere taxi gaat niet helemaal
vlekkeloos. Deze chauffeur rijdt naar het verkeerde busstation. Gelukkig zit
Gerjanne in deze taxi en herkent ze het busstation niet. Na 10 minuten arriveert
ook de tweede taxi op het juiste busstation.
In Costa Rica is het de gewoonte dat de eerste banken in de bus voor oude
mensen, zwangeren en vrouwen met kleine kinderen zijn. Wel een beetje zuur dat
er dan een oude man met korte beentjes de grootste plek voor in heeft. De
jongens met hun lange benen vinden dit maar niets.
La Fortuna ligt 160 km naar het noorden. De reis duurt 4,5 uur en begint vrij
relaxed. Naarmate we dichter bij La Fortuna komen, wordt de bus steeds voller en
erg warm. Zwetende mannen hangen met hun dikke buik tegen je gezicht aan. Ze
hebben soms zelf amper ruimte om te staan. Onderweg zien we nog een bus half in
de greppel liggen. Maar wij komen veilig in Arenal aan. Er staan een paar touts
te roepen, maar wij hebben al kamers. Dankzij de locatie aan de voet van de
vulkaan en de schitterende omgeving is La Fortuna uitgegroeid tot een
toeristenplaats.
Het is niet ver lopen naar La Choza Inn, maar door de warmte loopt het wel zwaar
met de rugzakken. La Choza Inn is een leuk hostal. We hebben zelfs uitzicht op
de 1633m hoge vulkaan. Er is zelfs een keuken die we mogen gebruiken. Ook zit
hier een reisbureautje van Eagle tours. Na aankomst regelen we direct hier een
tour naar de vulkaan El Arenal en de hotsprings. We halen snel wat te eten en
stappen dan in het tourbusje.
We rijden eerst naar een uitzichtpunt waar we foto’s van de vulkaan kunnen
maken. We hebben geluk. Er zijn op dit moment geen wolken en we kunnen de top
goed zien. Gaswolken stijgen als rooksignalen uit de krater op. In 1993 was hier
de laatste uitbarsting en de omgeving werd bedekt onder as en puin. We blijven
nog even genieten van het uitzicht en maken dan een wandeling van ruim een uur
door het parque nacional Volán Arenal. Dit regen en nevelwoud is 120km2 groot.
Opvallend zijn de Ficussen die zich rond een boom wikkelen en door de jaren heen
de boom zover verstikt waardoor de boom afsterft. Onderweg zagen we o.a vogels,
apen en agouti´s. Aan de rand van het woud is een cowboy aan het oefenen met
zijn lasso. De top van de vulkaan ligt nu alweer in de wolken.
Na de hike stappen we weer in de bus en rijden we naar een punt vanwaar we de
vulkaan aan de achterkant bekijken. Het is nu al bijna donker. De top van de
vulkaan ligt nu in de wolken. Maar we zien op een gegeven moment de gloeiende
lava (900 graden) uit de vulkaan komen! Dit is toch wel erg bijzonder.
De Baldi hotsprings aan het einde van de tour zijn heerlijk. We krijgen hier ook
lekker eten. Wat we wel raar vinden is als je hier je rugzak in een kluisje wilt
hebben kost dat wel even 5$! We badderen heerlijk ontspannen in de thermaal
baden, die variëren in temperatuur, van erg lekker tot gloeiend heet. Om 10 uur
zijn we terug in Choza Inn. We nemen een biertje en gaan slapen.
Woensdag 28-03-2007 Cataratas waterval
We gaan na het ontbijt eerst de rest van de reis plannen. Hier zijn we bijna 2
uur mee bezig. De jongen van Eagle tours is erg behulpzaam. We zijn tenslotte
goede klanten met z’n zessen, en boekt voor ons 3 kamers in Monteverde. Ook
boeken we voor morgen een tour naar Caño Negro. Dan gaan we, eigenlijk te laat,
op het heetst van de dag in de gloeiende zon een wandeling van 7 km maken naar
de Cataratas van La Fortuna. Deze waterval is 70 m hoog en ligt in het nationale
park. En dat valt niet mee. Onderweg stoppen we bij een tentje en kopen gekoelde
kokosnoten van 60 colones. Het laatste stuk gaat ook nog vrij steil omhoog. De
entree is 6$ en we krijgen een groen armbandje om als betalingsbewijs. Dan
moeten we nog 600 m naar beneden lopen. Maar een duik in het koele water bij de
waterval maakt veel goed. Het water valt zo hard naar beneden dat je niet eens
in de buurt van de waterval kunt komen door de sterke stroming.
De terugweg gaat een stuk sneller. Ook hier hebben we uitzicht op de vulkaan.
Net als gister is de top eerst heel helder en om een uur of vijf trekt een heel
wolkendek om de top. Ook zien we nog ijsvogels en papagaaien in de bomen. ’s
Avonds gaan we in La Cascada eten. Dit restaurant heeft een groot puntdak
gemaakt van golfplaten. Het eten is niet echt bijzonder en de mannen van de
bediening hebben meer oog voor de spannende voetbalwedstrijd dan voor ons eten.
Vandaag gaan we naar de beschermde watergebieden van Caño Negro in het
noordoosten van Costa Rica aan de grens van Nicaragua. Het busje staat om half
acht al klaar bij het hostal. We pikken nog 2 andere reizigers op en dan
vertrekken we naar Los Chiles waar we op een boot zullen stappen. Onderweg maken
we een stop waar tientallen hele grote leguanen in de bomen liggen. Ze zijn nu
wat bruin van kleur, maar in de paartijd verkleuren ze naar oranje. Vanaf een
smalle brug maken we vele foto's Wat zijn deze reptielen groot en op een
bepaalde manier ook mooi! We rijden langs velden met sinaasappelbomen. Verderop
staan de teakhout plantages. Veel Nederlanders zijn betrokken bij de teakbouw.
De internetadressen die op de borden langs de weg staan eindigen allemaal op:.nl
Aangekomen bij de Rio Frio (de koele rivier) ligt de boot van Eagle tours al
klaar. We varen eerst stroomafwaarts naar de grens van Nicaragua. Binnen enkele
minuten worden de eerste tropische vogels en diersoorten door onze gids gespot.
We zitten met 8 mensen op een boot waar wel 30 mensen op kunnen. We kunnen dus
aan alle kanten van de boot foto’s maken. Costa Rica is een waar walhalla voor
vogelaars. Wij zien tijdens deze boottocht op de traag stromende rivier heel
veel vogels, ibissen, aalscholvers, reigers, leguanen, ijsvogels en ook
schildpadden, kaaimannen en apen. Zelfs Jezus Christus salamanders, deze worden
zo genoemd omdat ze echt over het water kunnen lopen! (De officiële naam is
Basilisken) Het zijn er te veel om op te noemen De begroeiing van het bos
bestaat uit grasgebieden en tropisch bos dat in de natte periode overstroomd
wordt. Tussen de relatief lage bomen springen de forse palbomen in het oog. Nog
even illegaal met de boot in Nicaragua geweest. (Helaas dus geen stempel in ons
paspoort). Via de rivier mogen alleen
Costa Ricanen en Nicaraguanen de grens passeren. Buitenlanders mogen deze grens
niet passeren. Bij de grenspaal (en bord) legt de boot even aan zodat iedereen
aan land kan. Hier zien we lepelaars met hun opmerkelijke sikkelvormige snavel.
Ook zien we de witte flycatcher, deze vogels eten de insecten die op de koeien
zitten. Op de boot genieten we dan nog van een overheerlijke lunch . Op de
terugweg naar Los Chiles zien we zwarte howler monkies en capuchijner aapjes met
witte gezichten.
Eenmaal terug in La Fortuna hebben we nog een overheerlijke cappuccino gedronken
die ook naar de vulkaan is vernoemd. Dit hield in dat de suiker die op het
schuim ligt, met een soort brander bruin gebrand wordt. Hier lijkt niemand
problemen te hebben met de heetgebakerde buurman. Het stadje heeft haar bestaan
zelfs grotendeels aan de vulkaan te danken. De vruchtbare vulkanische as is,
behalve voor de landbouw, een uitstekende voedingsbodem voor het toerisme. De
hotels adverteren breeduit met vulcano-view, hoe dichterbij, hoe beter.
Restaurants, cabinas , souvenirwinkels en reisbureautjes domineren het
straatbeeld in het compacte centrum en langs de weg die naar de Arenal leidt. ’
S avonds delen we in Soda La Parada 2 heerlijke familie pizza’s met z’n zessen.
We ontbijten met koffie, stokbrood en pasta.
Ook vandaag stopt het Eagletour busje weer stipt op tijd voor het hostal. We
pikken nog een paar andere mensen op en rijden dan naar Laguna de Arenal waar de
boot al ligt te wachten. Dit meer ligt op een hoogte van 500m en is het grootste
meer van Costa Rica. De wolken spiegelen zich als donkere vlekken in het water.
Bergen omringen het meer. De
hellingen zijn deels begroeid met tropisch bos en weilanden. We steken in 45
minuten het meer over. We worden op een strand afgezet en moeten met de
rugzakken naar het busje lopen. Omdat wij met 6 personen zijn is er een busje
speciaal voor ons. Wij zijn de enige die in hostal Sinaï hebben gereserveerd.
Dan is het nog 2 uur rijden (40km) over een heel slechte, stoffige weg naar
Monteverde. We worden voor de deur afgezet. Sinaï ziet er erg leuk uit.
Monteverde bestaat uit 2 kernen. Het dorp Santa Helena, waar wij zitten, en de
Cerro Plano, de hoogvlakte. Deze laatste is het leefgebied van de Quakers. Het
ligt op 1200m hoogte. Overdag is het warm, maar ’s avonds net als in San José
lekker koel.
We brengen de rugzakken naar de kamers en gaan
het dorpje verkennen en wat eten. We vinden een bakkerij waar heerlijke brownies
verkocht worden. Dan gaan we naar het frogpoint. We krijgen een gids mee. Die
vertelt van alles over de kikkers. Er zitten ook giftige exemplaren bij. Deze
zijn erg klein. Dat valt me tegen. Op de foto’s die we gezien hebben lijken ze
veel groter. Het gif zweten de kikkers uit. Als zo’n kikkertje op je arm zou
springen kan je arm een poosje verlamd raken. Indianen doopten vroeger hun
pijlen in de giftige afscheiding voordat ze op jacht gingen. Als het gif in de
bloedbaan terecht komt, kan dit verlamming og de dood tengevolge hebben.
Het is erg warm. We gaan naar het hostal, doen een wasje, lezen en luieren wat.
Omdat we hier een grote ruime keuken tot onze beschikking hebben, koken Fabian
en Gerjanne een heerlijke maaltijd bestaande uit verse maïskolven, kip met pasta
en zure room. We bekijken op de computer de foto’s van iedereen. Op de tv wordt
nog naar de film van Bert gekeken. Dan kunnen we de ogen bijna niet meer open
houden en liggen we om 9 uur al weer in bed.
Zaterdag 31-03-2007 Monteverde
Wij
zijn aan de beurt om het ontbijt te regelen. De bakker is hier al om 5 uur open.
Wij staan tot nu toe ook steeds vroeg op, maar dit is voor ons wel te vroeg. Om
7 uur hebben we het ontbijt en de koffie en thee klaar. We hebben een tour
geboekt naar de hangende bruggen. Costa Rica is echt marktleider in de
canopytours. Bijna overal kun je boven de bomen het woud verkennen. Ook kun je
hangend aan een kabel als een hedendaagse Tarzan boven de boomtoppen van
platform naar platform zweven. Om half acht komt het busje voor rijden. Dit zit
al bijna helemaal
vol. We kunnen er nog maar amper bij. De gids heet Jesus, Hij begint al met de
foute grap: Je mag ook: Oh my God roepen. Hij loopt met een sneltreinvaart over
de bruggen. Er is geen tijd om foto’s te maken. We hebben ook niet veel dieren
gezien. Aan dit laatste kan de gids natuurlijk ook niets doen, maar we hebben
een heel ontevreden gevoel. De prijs/kwaliteit verhouding is helemaal mis. Als
we in het hostal terug zijn vertellen we Juan dat we het waardeloos vonden. Hij
gaat meteen aan de telefoon hangen om te vragen hoe het zit.
We nemen een kop koffie en lopen dan via de bakker naar de vlindertuin. We
moeten even op de gids wachten. Ondertussen genieten we van het uitzicht op de
heuvels met de prachtige bloemen. De gids is een Amerikaanse vrijwilliger die
met passie over de vlinders, kevers en torren vertelt. In de vlindertuin wemelt
het van de vlinders. Er staan bakjes met rottend fruit die de vlinders ook
aantrekken. We blijven na de rondleiding nog even om wat foto’s maken. Een mooie
foto van de morpheus vlinder is ons doel. De morfo heeft valse ogen op zijn
vleugels om de roofdieren af te schrikken. Kortom de middag is zeer geslaagd.
De kinderen gaan hierna nog verder de omgeving verkennen. Bert heeft er genoeg
van. Wij gaan terug naar het hostal. Hier wacht ons een verrassing, we krijgen
de helft van ons geld terug van de tour van vanochtend. Dat is 6x $10! We duiken
de supermarkt in. Het is onze beurt om te koken, We maken paëlla. Het smaakt
heerlijk met een wijntje er bij. Ook vandaag gaan we vroeg slapen.
Zondag 1-04-2007 Monteverde
Om 6 uur zitten we alweer aan het ontbijt. We hebben om 6.30 uur een taxi
besteld die ons naar Reserva Biológica del Bosque Nuboso de Monteverde brengt.
De weg er heen erg slecht. Omdat we na gisteren geen zin hebben in een gids,
doen we de wandeling op eigen houtje. Bij de kassa krijgen we een plattegrond
mee. De triangelvormige trail zou je in ongeveer 3 uur kunnen lopen. Wij doen er
5 uren over. Het nevelwoud is een groene wereld met onvoorstelbaar veel soorten
bomen en planten. De planten groeien boven, naast en soms op elkaar, zoals de
epifyten. Bromelia’s zijn de bekendste soorten die een plaats zoeken op een
bestaande boom. Op de stam en takken van de boom vangen deze planten het water
op dat van boven naar beneden druppelt. Diverse soorten slingerplanten groeien
om de boomstammen. Deze torenhoge bomen blijven overeind door middel van
steunwortels. Deze wortels verspreiden zich naar alle kanten vanaf de voet van
de boom.
We horen vooral, maar zien ook veel vogels, zelfs een Quetzal. Zowel de
mannetjes als de vrouwtjes hebben een prachtig metaalglanzende groene kop, rug
en vleugels, een helder rode borst en witte onderstaartveren. Het Sendero
Chomogo is een steil pad naar een mirador. We zien hier goed de nevel boven de
bomen hangen. Deze nevel wordt gevoed door de passaat winden uit de Atlantische
oceaan. De bomen in dit deel groeien niet meer hoger vanwege deze sterke wind,
die soms tot 80 km, in de maanden februari en maart zelfs tot 150 km, per uur op
kan lopen. Het is hier ook best wel fris.
Als we het bos uit zijn willen we ons brood op gaan eten. We pakken aan een
picknick tafel onze spullen uit. Als Judith de salami op tafel
legt
komt er een white nose agoeti, of neusbeertje aan sprinten en grist het onder de
ogen van een zeer verbouwereerde Judith weg. Gelukkig hebben we de pot pasta ook
meegenomen en hoeven we geen droog brood te eten.
Even verderop is de kolibriegalerij. De mannetjeskolibrie is bont, meestal
metaalachtig groen gekleurd, met een glanzende rode, blauwe of smaragdgroene
keelkleur. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd. De kolibrie heeft een lange
snavel, waarmee hij in de kroonbuis van de bloem kan komen. Om bij de nectar te
komen moet hij zijn tong uitrollen. De punt van de tong is gespleten. Hierdoor
kan hij bij nectar komen op plaatsen waar zelfs insecten niet bij kunnen.
Kolibries hebben een sterke voorkeur voor oranje en rode bloemen en kunnen met
suikerwater bijgevoerd worden. Vroeger werd daar een rode kleurstof aan
toegevoegd. Tegenwoordig is de voerhouder van plastic en is de voet, waar het
suikerwater inzit, roodgekleurd. De openingen van de voerbuisjes zijn zo klein
dat er geen insecten bij kunnen en alleen de snavel van de kolibrie er doorheen
kan. De kolibrie kan door de zeer snelle vleugelslag (15 tot 100 slagen per
seconde, afhankelijk van de grootte van de vogel) in de lucht stil blijven
hangen. Door de snelle vleugelslag kan de kolibrie als enige vogel ook achteruit
vliegen. Deze manier van vliegen vraagt echter zeer veel energie die verkregen
wordt uit de suikers die in de nectar zitten. Sommige soorten eten ook insecten.
De kolibrie moet de hele dag eten om voldoende energie te te hebben. Zelfs als
het regent blijft de kolibrie doorvliegen, maar kan dan minder voedsel vinden
omdat veel bloemen zich bij regen sluiten. Wanneer het langer dan een week
aanhoudend regent, sterven veel kolibries door gebrek aan voedsel. Het
schouwspel van de drinkende kolibries fascineert ons bijzonder. We nemen heel
wat foto’s.
We nemen de bus terug naar Monteverde. Dit duurt nogal even omdat ze bezig zijn
de weg te asfalteren. Onze bus is de laatste van de rij en we krijgen een vlag
mee. Die geven we af als we aan het eind van de omleiding zijn. Nu weet men dat
de auto’s vanaf de andere kant kunnen gaan rijden. Als we in het hostal zijn
aangekomen twijfelen we of we morgen nog een tour met een gids naar een privé
bos zullen doen of niet. Uiteindelijk doen we het toch maar.
Judith en Adri koken vanavond een heerlijke pasta met broccoli en mosterd, ham
en pestosaus. Ook nog een tomaat met kruiden salade. We nemen nog een koffie toe
en dan is het alweer bedtijd.
Maandag 2-04-2007 Monteverde
Ook vandaag is het weer vroeg dag. Het ontbijt is om 6 uur. Om half zeven staan
we buiten om op Freddy, onze gids voor vanochtend, te wachten. We proppen ons in
de ietwat kleine jeep. Als we bij het bos aankomen, staan er nog 2 jongens te
wachten. We krijgen allemaal een verrekijker en dan gaan we op pad. We zien veel
vogels. Ook een porcupine, een soort stekelvarken. Freddy heeft er lol in, hij
weet van geen ophouden. Als Fabian zegt dat hij nog geen luiaard heeft gezien,
doet hij echt zijn best om er eentje te vinden. Het lukt hem ook nog. De luiaard
moeder zorgt heel lang alleen voor haar baby. Het beest schijnt 20 uur per dag
te slapen. Ook zien we een kleine toekan.
We zien ook koffie planten. Er hangen al bessen in. Het duurt 4 jaar tot de
glanzende koffiestruik is volgroeid en vruchten gaat dragen. Begin mei
verschijnen er kleine witte bloemen, die een jasmijnachtige geur afgeven. De
vlezige groene bessen die de bonen bevatten worden geleidelijk rood als ze
rijpen. Elke bes bevat twee halfronde zaden of bonen. Goed onderhouden struiken
kunnen wel 40 jaar cerrezas (bessen) dragen. De oogst begint normaal in
november. Vroeger hielp de hele familie bij het plukken. Kinderen werden van
school thuis gehouden. Tegenwoordig zijn komen veel plukkers uit Nicaragua. In
de beneficio worden de bessen schoongemaakt. De zaadrok wordt er af gehaald en
als meststof weer over de hellingen uitgestrooid. De bonen worden gedroogd in de
zon of in hete lucht ovens. De gedroogde bonen worden ontdaan van hun leerachtig
vlies en gebrand. Hierna wordt er gesorteerd op kwaliteit.
We zijn 4 uren onderweg geweest. Freddy komt na het eten zelfs nog zijn
businesskaartje brengen. We hebben gezegd dat we hem bij iedereen zullen
aanbevelen. Verder luieren we wat. We eten wat taco's met guacomolesaus. Wel
heel erg lekker!
Als we op internet zoeken, blijken de prijzen naar Corcovado erg hoog te zijn.
De all-in tours kosten zo’n $600 pp. Dat is ons te duur. Juan van het hostal
reserveert 3 kamers voor ons in Tortuguero. We zullen wel niet vaker zo’n
aardige hostal baas treffen. ’s Avonds worden er door Fabian en Gerjanne
pannenkoeken gebakken. Dat is een heel werk. Maar ze smaken heerlijk.
Dinsdag 3-04-2007 Monteverde - San José
We zijn aan de beurt voor het ontbijt. Om 5 uur gaat onze wekker. Om 5.40 hebben
we alles klaar staan. We lopen 10 over 6 uur naar de bus. De bus zit helemaal
vol. We hebben wel gereserveerde plaatsen, maar onderweg stappen er ook nog
mensen in. Die moeten dan urenlang aan een lus in het middenpad staan. Het is
ongeveer 5 uur rijden naar San José. De eerste 2 uren is de weg echt
verschrikkelijk, maar als we eenmaal op de asfaltweg zijn gaat het snel.
We stappen weer in 2 taxi’s. De ene taxi gaat regelrecht naar casa Poësia. Wij
rijden langs het andere busstation om kaartjes naar Tortuguera te kopen. Dat
lukt ons niet. Men verkoopt alleen op de dag zelf. Dit heeft er vast mee te
maken dat het Semana Santa is. Deze week hebben al heel veel mensen vrij. Het
paasfeest is het belangrijkste feest van het jaar. Op Goede Vrijdag rijden er
zelfs geen bussen. We moeten onze planning dan ook een beetje aanpassen. Wij
gaan lekker bij het zwembad zitten. Bert gaat fruit halen, maar is de weg een
beetje kwijt. Dus als we bijna ongerust worden komt hij er weer aan met lekkere
mango’s, papaya, ananas en bananen. De zon laat ons een beetje in de steek,
daarom gaan we op de mercado Central kijken. Het valt ons erg tegen. Ook hier
zijn sommige winkels al gesloten. We nemen een cappuccino en chocoladecake met
ijs bij het Newscafé.
Ook vandaag gaat de wekker weer redelijk
vroeg. Om 7.15 zitten we aan het ontbijt met yoghurt en fruit. We nemen weer 2
taxi’s naar de busterminal. De eerste taxi heeft zijn kofferbak bijna vol
liggen. Die nemen we dus niet. Al snel komt er weer een taxi.
Om 8.15 uur zijn we op het busstation. Fabian heeft al kaartjes naar Cariari
gekocht en zij staan al in de rij voor de bus. We gaan er snel bij staan. Het is
echt enorm druk. Het is de laatste dag dat er bussen rijden. Morgen en
overmorgen rijden ze niet. Iedereen gaat op familie bezoek. Als wij bij de bus
staan zeggen we dat we met 6 personen zijn. De chauffeur doet de deur van de bus
dicht en wacht tot iedereen een stoel heeft gevonden. Hij gaat dan de lege
plaatsen tellen. En wonder boven wonder: er kunnen nog precies 6 mensen bij. De
rugzakken gaan snel onderin de bus en dan vertrekken we meteen. De bus stopt
nergens en rijdt aan één stuk door. We zijn al om 10.30 uur in Cariari. We
worden meteen als we de bus uitstappen al aangesproken door een mevrouw van de
bananero bussen.
Hier kopen we een ticket voor de bus en de boot naar Tortuguero voor $10. We
moeten ruim een uur wachten voor de bus vertrekt. We lopen wat door het dorpje.
Kopen een frisje in de plaatselijke soda. Het is hier erg heet, vochtig en
klam.
Om 11.45 uur komt de bus aanrijden. We kunnen zo instappen. Met ons nog een paar
andere toeristen. De rugzakken gaan voorin de bus. De mevrouw komt nog even in
de bus vertellen dat we beter aan de rechterkant kunnen gaan zitten i.v.m de zon.
Tot onze verbazing rijden eerst nog naar een ander busstation, vlak bij. Hier
staat nog een enorme rij wachtenden. Het blijkt dat wij met ons “dure” kaartje
recht hebben op een zitplaats. De bus komt echt stampvol. Er kan echt niemand
meer bij. Het is vreselijk benauwd en het zweet staat overal. Maar de omgeving
is schitterend. Voordat we in het gebied met de bananen plantages komen moeten
we de bus uit. Eerst snappen we er niets van. Maar het blijkt dat we met onze
schoenen door een desinfectiebadje moeten lopen. Dan mogen we de bus weer in. We
rijden langs kilometers lange bananenplantages.
Langs de weg staan hier een soort nederzettingen met allemaal dezelfde armoedige
huisjes. Ze beschikken wel over water en elektriciteit. De mannen werken op de
plantages van de Chiquita bananen. Er is ook een school en er zijn beperkte
gezondheidsvoorzieningen. Het werk op de plantages is zeer zwaar en ongezond. De
bananenbomen zijn in 3 generaties zichtbaar. De bananenboom groeit in 7-10
maanden tot een volwassen plant uit (vruchtdragend). Alle bananentrossen zijn
verpakt in blauwe plastic zakken met pesticiden tegen insecten en ter
bevordering van een snelle groei (broeikas). De boom wordt na de oogst gekapt
waarna er een nieuwe scheut ontstaat. Elke week worden de plantages vanuit de
lucht met vliegtuigjes besproeid met landbouwgif. Het vele landbouwgif komt niet
alleen op de bomen terecht maar uiteindelijk ook in de rivieren. Helaas stroomt
het gif hierdoor ook naar het prachtige Tortuguero National Park. Hierdoor wordt
de flora en uiteindelijk ook de fauna aangetast. Wat te denken van de
arbeiders die tussen de plantages wonen en werken?
We stappen in Geest uit de bus. Dit is ook de plaats waar de bananen worden
gereinigd en klaar gemaakt worden voor het vervoer.
Terwijl we op de boot wachten doen we de regenhoezen alvast maar om de
rugzakken. Bert en ik hebben al eens eerder in Maleisië in zo’n boot gezeten.
Door de snelheid worden de rugzakken vaak nat van het opspattende water. Maar
het begint ook een beetje te regenen.
De anderen vinden de lange smalle boot eerst maar veel te laag in het water
liggen. Achter de boot hangt een grote motor. Omdat het water laag staat moeten
we eerst langzaam varen om de takken en stronken in het water te vermijden. Op
een gegeven moment zet de schipper een andere schroef aan de motor en gaat het
sneller. De vaartocht door de jungle is wederom prachtig. We zien apen in de
bomen, veel vogels en zelfs een 2.5 m lange krokodil op de kant liggen. We zien
de rivier in de zee uitmonden. Wij varen echter niet de zee op maar slaan links
af verder de jungle in. Na anderhalf uur stappen we met een beetje zere billen
uit de boot.
De naam van het dorp, Tortuguero is van de schildpadden afgeleid. De stranden
hier zijn belangrijke nestgebieden van de schildpadden. Duizenden verschijnen
hier jaarlijks om hun eieren te leggen.
Zodra we een voet op de aanlegsteiger gezet hebben worden we meteen overvallen
door een jongen die tours wil verkopen. Maar we willen natuurlijk eerst naar ons
hostal. Miss Mirjam. Hij is wel zo aardig dat hij ons er heen brengt.
Bij het reserveren is ons verteld dat er een keuken zou zijn. Maar dat is niet
waar. De beheerder heeft er duidelijk geen zin in om ook maar iets te doen. Het
enige dat hij wil is geld zien. We zeggen dat we dat later wel zullen brengen.
De kamers zijn best mooi en we mogen kiezen welke van de vrije kamers we willen
hebben. Bert en ik zitten beneden en de kinderen boven. Daar heb je tussen de
palmbomen door een mooi uitzicht op de zee. We gaan meteen even kijken. Het zand
is pikzwart en het strand ziet er niet echt mooi uit. De golven zijn echt wild
en het wordt afgeraden te zwemmen omdat de stroming erg sterk is.
We gaan het dorpje even bekijken. Het bestaat uit niet meer dan een paar straten
van modder en zand. Auto’s vind je hier niet. Wel ontzettend veel bomen met
kokosnoten die af en toe met een klap naar beneden vallen. Er staan wel typisch
Caribische houten huizen op palen. Het heeft wel een leuk sfeertje. We gaan bij
café Boeddha wat drinken. Als we net zitten breekt er een tropische regenbui
los, de regen valt met bakken uit de hemel. Maar de bananenshake is
overheerlijk!!!!!! We blijven hier ook maar eten en bestellen een pizza. Als we
deze op hebben plenst het nog steeds. We willen nu toch maar naar het hostal.
Hier hangen we de klamboe op. We zijn al gebeten door de muggen.
Donderdag 5-04-2007 Tortuguero
Vanochtend kunnen we lekker uitslapen. We hoeven niets. Het heeft de hele nacht
geplensd en geonweerd, maar nu is het droog. We gaan het dorp in om foto’s te
maken. Het dorp is heel relaxed. Er zijn zelfs een paar souvenirwinkeltjes. We
lopen terug over het strand.
Bert en ik gaan terug en gaan in de soda een kipsandwich eten. Het blijkt een
half stokbrood te zijn met een hele kipfilet er tussen. Wel heel erg lekker,
maar erg veel. We zien hier een enorme groene leguaan op het steigertje. Als we
bij het hostal komen is er een feestje van de beheerder op het grasveld. Er is
luide muziek, veel gegil en heeeeel veeeel drank. We gaan met Judith en Adri nog
een wandelingetje maken. Als we bij de aanlegsteiger van de bandana boot komen,
horen we dat de boot voor overmorgen al bijna vol zit. Ze hebben al 40 mensen.
Wij boeken ook maar snel, want we willen dan ook weer weg.
We boeken ook een tour voor morgen door de kanalen en lagunes van het regenwoud.
Er wordt ons beloofd dat we met zes man in één boot kunnen. We zien ook hier een
boom staan met van die hangende nesten. De vogel die dit doet heet: Oropendola.
Dit zijn vogels met een gele staart en maken dit soort pendule nesten in hoge
vrijstaande de bomen.
We gaan in het restaurant Miss Junie eten. Het is een dagmenu van Caribische kip
die heerlijk smaakt. Hier wordt wel bier verkocht. Als we de rekening krijgen
blijkt dit $4 per stuk te kosten, net zo duur als het eten. Maar we zitten hier
wel erg gezellig. Dan maar weer naar het hostal, want morgen staat een vroege
boottocht op het programma. De muziek staat nog steeds erg hard bij de buren,
maar dat duurt niet lang meer. We vallen tenminste snel in slaap.
Vrijdag 6-04-2007 Tortuguero
We moeten vanochtend om 6 uur bij de aanlegsteiger zijn. We krijgen eerst een
kop koffie en toast aangeboden. We moeten bij het kantoortje nog een dagkaart
halen voor net nationale park. Als we naar het loket lopen begint het al te
regenen. Intussen komen er steeds meer mensen. En het regent niet meer, maar het
komt met bakken uit de lucht. Als we in de kano gaan zitten komen er steeds meer
mensen bij. Fabian ziet dit niet zitten en stapt resoluut de kano uit. Gerjanne
volgt. Dit is tenslotte ook de afspraak niet. Voordat er nog meer mensen
uitstappen, duwt de gids snel de kano van de steiger af. We zitten er nu met 10
mensen in plaats van 6. De mop is dat in de andere kano wel 6 mensen zitten. We
varen in de stromende regen door het Parque Nacional Tortuguero. Zodra je de
kleine riviertjes op vaart, kom je in een andere, erg mooie,weliswaar erg natte
wereld. De bomen hangen hier over het water, overal mooie bloemen en bij dit
alles het geluid van brulapen en vogels. We zien niet erg veel dieren. Maar de
eerste die we zien is een vrij grote bever. Ook nog wat vogels. We horen de apen
wel brullen, maar zien ze niet. Wat wel erg mooi te zien is vanaf het water zijn
de raffiapalmbossen. Het park strekt zich over een lengte van 22 km langs de
kust uit. Het Canal de Tortuguera verbindt een labyrint van delta’s, kanalen en
laguna’s. Je moet hier wel met een gids varen anders zou je verdwalen. Maar het
lijkt wel of het nooit ophoud met regenen hier. Er valt jaarlijks 610 cm regen,
de luchtvochtigheid is in het “droge’ seizoen 85-90%, en oploopt tot 95-99% in
het natte seizoen. Hierdoor lijkt de temperatuur van gemiddeld 25 graden veel
hoger.
In de regen stappen we weer uit de boot. De gids wordt door de dame van het
kantoor een beetje boos aangesproken over Fabian en Gerjanne. Het blijkt dat ze
hun geld volledig terug gekregen hebben. De gids wil er niets van weten en loopt
boos weg.
Als troost gaan we lekker ontbijten in de plaatselijke soda met Judith en Adri.
We nemen ook wat lekkers voor Fabian en Gerjanne mee.
De rest van de dag brengen we lezend en puzzelend door. Het blijft de hele dag
regenen.
Zaterdag 7-04-2007 Totuguero - San José
Als we wakker worden is het gelukkig droog. De boot vertrekt om 7 uur naar
Geest. Fabian en Gerjanne hebben iets te eten en een fles sinaasappelsap in de
supermarkt gekocht. Hoeven we gelukkig niet met een lege maag op de boot. De
boot vaart een stuk sneller dan de heenweg. Hoewel we tegen de stroom in moeten
varen. Komt vast door al die regen van gister. We zien vandaag ook veel meer dan
gister met de toer. Vogels, een krokodil, schildpadden, iguana’s en natuurlijk
apen. Er hoeft nu ook geen schroef verwisseld te worden. Langs de kant staan
mensen op de boot te wachten. Ze moeten ook naar Geest. We moeten nog even op de
bus wachten. Er is een “soda” bij de bananen fabriek. We willen wel wat drinken.
Maar je geloofd het niet, een bananenshake hebben ze niet. Dat is toch niet te
geloven! Gelukkig hebben ze lekkere koffie. Ook mogen we van hun privé toilet
gebruik maken. We hebben een mooi uitzicht op de “bananen fabriek”. Hier wordt
vandaag ook gewerkt. Hele grote trossen bananen worden door één man, met een
band om zijn middel naar de hal getrokken. De vrouwen beginnen hier de bananen
te toppen. Dan worden ze in een bad gedompeld. Aan de andere kant staan mensen
met handschoenen aan om de bananen die niet goed zijn eruit te zoeken. De rest
van de tros gaat weer in een ander bad. Van uit dit bad stoppen andere mannen ze
weer in dozen te stoppen. Deze dozen worden weer in de klaarstaande vrachtwagen
gezet. Het gaat allemaal erg rap. Waarom er geen foto’s gemaakt mogen worden is
ons een raadsel.
Onze tassen gaan weer in de bus en we vertrekken naar Cariari. Ook dit gaat
snel. Op een gegeven moment roept de chauffeur: San José hier er uit! We
herkennen niets, het is een gewone straat. Toch er maar uit. Dan blijkt dat we
precies tussen de twee busstations staan. Dat is dus erg aardig. Nu hoeven we
niet zo ver te lopen. We lopen naar het vertrekpunt van de bus naar San José. De
bus die er staat is vol. Hoe laat de volgende bus komt weet men niet. Door de
drukte komen de bussen aan en vertrekken dan weer meteen. We treffen het, de
eerste bus is nog maar net weg of de volgende bus komt al aanrijden. De
chauffeur rijdt wel erg hard. In San José verdelen we ons weer over twee taxi’s
en de andere taxi gaat via de Coca-Cola terminal om alvast kaartjes voor morgen
te halen. Ook dit keer lukt het niet. Pas op de dag zelf kun je kaartjes kopen.
De eerste bus vertrekt om 6 uur. Dat wordt dus weer vroeg opstaan.
Judith en Adri willen een fotokaart maken. Fabian zal hun helpen, maar er gaat
iets mis. Ze zijn 60 foto’s kwijt. Dat is flink balen. Gelukkig hebben wij ook
foto’s maar het zijn je eigen foto’s toch niet.
Bert en ik willen in een internetcafé een DVD gaan branden. Fabian heeft wel een
DVD voor ons. Maar dat lukt niet. Alle winkels en dus ook de internetcafés zijn
ook vandaag nog dicht. Bert ziet dat een Amerikaanse gast in Poësia een laptop
bij zich heeft. Hij stapt erop af en vraagt of hij soms voor ons wil branden.
Hij wil het wel doen, maar heeft het nog nooit gedaan. Fabian vertelt hoe het
moet en alles gaat prima. Zij reizen 3 maanden. Zijn vriendin en Gerjanne
wisselen ondertussen nog wat tips uit. Fabian en ik gaan eten voor de lunch
halen en water. De rest van de middag luieren we wat.
Als we ’s avonds met de planet in de hand op zoek gaan naar een restaurantje
kunnen we ze niet vinden. De één is gesloten, de ander verdwenen. Op een gegeven
moment worden we achtervolgd door iemand die geld van ons wil hebben. We lopen
snel door naar Nuestra Tierra. Adri en ik delen een schotel voor 2 personen. Als
ik de kip op heb, ziet hij dat de kip niet helemaal gaar is. Hij laat het staan.
Omdat we met z’n zessen zijn durven we wel ’s avonds te pinnen.
We zorgen dat we om 5 uur op het station
staan. Maar het loket is nog niet eens open. Het koffie winkeltje/loket is wel
open. De koffie is zelfs lekker. Hier horen we dat we kaartjes in de bus kunnen
kopen. We zijn de eersten, dus staan we vooraan gelukkig.
Er komt een bus direct naar Quepos en een bus naar Uvita. We denken dat het de
bus naar Uvita moet zijn natuurlijk. De bus gaat hier ook heen, maar met een
enorme omweg. De hele rit zal 7 uren gaan duren.!!!!!! Onderweg bij het dorp
Tárcoles komen we over een brug waaronder wel 15 tot 20 krokodillen liggen te
zonnen. Na een lange en vooral erg stoffige reis, waarvan de laatste 3 uren over
een ontzettent slechte, hobbelige weg komen we via Dominical om 13 uur in Uvita
aan. Over de laatste 40 km hebben we 2 uren gedaan. En het is erg warm.
We worden in Uvita playa, het eindpunt van de bus afgezet. Als we de chauffeur
vragen of hij toevallig weet waar hostal Toekan is, wijst hij naar links. Dus
lopen we die kant op. Als we een soort ijscotentje zien, vragen we aan een man
die van zijn ijs staat te genieten, waar hostal Toekan is. Hij verrast ons met
de mededeling dat het nog minstens 2 km verderop is. Hij biedt ons een lift aan.
Hij heeft een pick-up truck waar we met z’n zessen en de rugzakken achterin
kunnen zitten. Het is nog best wel ver rijden. Dat hadden we in die hitte nooit
met de rugzakken kunnen lopen. We worden voor de deur van hostal Toekan afgezet.
We geven hem 2000 colones die hij eerst niet aan wil nemen. Maar ik heb het in
zijn borstzakje gestopt. Het hostal ziet er leuk uit. We hebben voor het eerst
een kamer met airco. Maar het is wel jammer dat het erg ver van zee ligt. We
vragen of men in het hostal een taxi wil bellen. Dat doen ze, maar er verschijnt
niets. We besluiten eerst maar een stukje te lopen. Op de kruising bij de
supermarkt/apotheek staan vaak clandestien taxi’s. Gelukkig ook nu. Als we bij
het strand komen , staat er een man in een hokje naar ons te zwaaien. het blijkt
dat het nationaal Marine Park Ballenas hier al begint en moeten we $6 betalen.
Judith wordt boos omdat ze alleen even wil zwemmen.
Ik moet opeens heel nodig naar de wc. We splitsen ons. Judith en Adri naar het
strand en Fabian en Gerjanne, Bert en ik naar een soda. De niet gare kip van
gister heeft mij nu in zijn greep. Dus gaan we niet naar het strand maar lopen
terug naar het hostal. Ik duik even mijn bed in. ’s Avonds eten ze met hun
vijven in het hostal. Het lijkt mij verstandiger om even te vasten.
Maandag 9-04-2007 Uvita
We slapen lekker uit. Mijn darmen hebben me met rust gelaten. We gaan vandaag
naar het strand. We hebben snorkels en flippers gehuurd. De taxi die het hostal
belt, komt nu wel. We kunnen er met ons zessen in. Bij het strand rijdt deze
taxichauffeur het toegangshokje zo voorbij, hij zwaait alleen even naar de man
die daar staat. Als we even verderop uitstappen, hoeven we enkel de taxi maar te
betalen. We snappen er niets van. Het NP Marino Ballena is opgericht om het
grootste koraalrif van Costa Rica te beschermen. Het strekt zich 13 km langs de
kust uit en loopt tot 14 km de zee in. Het is genoemd naar de bultrug (Balenas=
walvissen) walvissen die hier van december tot april komen om te paren.
Het is hier echt super mooi: helderblauw water, enorme golven. Op het strand is
een soort uitloper van zand. Daar willen we snorkelen. Maar het lukt niet. De
zee is erg wild. Ook liggen er grote stenen . Door de stroming wordt Bert er
bijna tegen aan gesmeten. We proberen de andere kant ook even. Daar is het wel
iets beter, maar door de ruwe golven is het water troebel en zie je niets.
We laten ons in de zon opdrogen en zoeken dan de schaduw op. De zon is zo fel,
daar kun je niet tegen smeren. We luieren en lezen wat. Als we terug gaan lopen
we langs het hokje. Niemand roept ons, dus lopen wij maar door.
Bij een soda drinken we batido banana. Het zoontje moet de shakes brengen en
doet vreselijk zijn best. Als hij een beetje morst, wordt hij er verlegen van.
We vragen of ze een taxi willen bellen en zo komen we weer makkelijk in het
hostal.
Wat mij eigenlijk in heel Costa Rica opvalt, ook hier, dat er overal
aanplakbiljetten en uithangborden hangen dat er een AA is. Zou er soms een
alcohol probleem zijn? De kinderen boeken een toer om dolfijnen en walvissen te
kijken. ’s Avonds eten we in een leuke soda, Coco Loco, aan dezelfde weg waar
het hostal staat. Het eten is erg lekker. Als we terug zijn, komt het meisje
vertellen dat de toer voor morgen niet door gaat. De zee is te ruw. Er schijnt
vandaag een bootje met toeristen tijdens een dergelijke tour gekapseisd te zijn.
Dinsdag 10-04-2007 Uvita

Vandaag wandelen we naar de waterval. Onderweg maken we mooie mooie foto’s en
film van bladsnijder mieren. Het is een mooie waterval met een klein blauw
meertje. We zijn hier helemaal alleen. Maar opeens begint het te plenzen. We
pakken onze spullen bij elkaar en lopen in onze zwemkleding met sarong terug
naar het hostal. Opeens zien we, waar we al 2 weken naar zoeken: Toekans, niet 1
maar wel 3! Wat een mooie beesten zeg. Het is ons zelfs nog gelukt om er eentje
te fotograferen. We staan voor een huis. Daar lachen ze zich rot om ons
enthousiasme voor de toekans. In het hostal is een droger en daar gooien we de
natte spullen in. Het blijft de rest van de dag plenzen. We doen een paar
spelletjes yahtzee en monopoly. Zo nu en dan horen we klappen op het golfplaten
dak. Dat zijn kokosnoten die van de boom vallen. Eten doen we in het hostal. Het
heet Kedgeree rijst met yoghurt, amandelen en wat groente. Wel lekker.
Woensdag 11-04-2007 Uvita - Quepos
Konden we gister uitslapen. Vandaag zijn we super vroeg op. Om 4.45!! lopen we
naar de bus. Het is zelfs nog donker. We zien het licht worden. Na een rit van 4
uur (60 km) komen we in Quepos aan. Dit is de populairste badplaats van Costa
Rica. Er wonen veel buitenlanders. Dus zijn er ook vrij veel restaurants en
bars. Het plaatsje is overzichtelijk en heeft net als San José een bijna
vierkant stratenplan. Het hostal Wide Mouth Frog Backpackers hebben we dan ook
snel gevonden. Onze kamers zijn nog niet klaar. We zetten onze rugzakken in de
bagage ruimte en trekken de zwemkleding aan en gaan heerlijk met een kop koffie
bij het zwembad zitten. We krijgen zin in wat en gaan op zoek naar Ecalofrio.
Volgens de planet kun je hier heerlijke cappuccino krijgen. We nemen er ook een
bananenpannenkoek met chocolade saus bij. Smullen dus.
Maar ook hier krijgen we te maken met een tropische regenbui die de hele middag
en nacht zal duren. Het hostal is hier niet helemaal op voorbereid. Onze kamer
lekt. We krijgen een teil en een dweil. Maar ook een dak afvoerpijp begeeft het.
Al het regenwater stroomt naar de kamers. Er wordt snel een noodoplossing
bedacht en wordt er met man en macht gedweild. Het blijft de hele nacht
regenen.

Het ontbijt zit bij de prijs in. We hoeven dus niet om de beurt naar de
supermarkt of de bakker. Er is fruit, brood en koffie. Het regent nog steeds.
Om 7.45 vertrekken we met de lokale bus naar het NP Manuel Antonio dat 7 km
verderop ligt. De weg slingert de heuvel op die Quepos van het strand scheidt.
Langs de weg staan luxe hotels. We komen aan bij Playa Espadilla norte. Hier is
de ingang van het park.
Manuel Antonio bestaat uit witte strandjes omgeven door regenwouden waar
verschillende apensoorten en luiaards voorkomen en de giftige manzanilla boom.
Het park heeft een schitterende kustlijn en de beschutte strandjes.
We betalen de $7 entree. De gidsen staan ons al op te wachten. Maar omdat het zo
regent, nemen we geen gids. Deze vragen $20 pp. In Tortuguera hebben we ook
niets gezien toen het zo regende. De eerste trail die we lopen is niet geweldig.
Het is enorm druk in het park. We zien niet veel en de paden zijn nat en
glibberig. Het uitzichtpunt is wel erg mooi. Het weer knapt zo waar op en de zon
breekt door. We komen bij een strandje uit, het Playa Espadilla sur. Hier rusten
en eten we wat. Er zijn enorm brutale, bijna agressieve apen, die de plastic
zakken van de toeristen die in de zee zijn, zelf openmaken. Ze zijn op zoek naar
iets eetbaars. Ook lopen er grote leguanen. Je kunt hier niet echt relaxed
liggen.
We lopen de andere trail ook. Deze loopt ook weer omhoog. Deze trail wordt ook
het “luiaardpad” genoemd. We weten dit niet, maar we zien wel heel veel drie
tenige luiaards in de bomen hangen. Ook met een kind op de buik. Verder zien we
een coati, een soort neusbeertje in de boom naar eten zoeken. Even later sprint
hij vlak voor onze voeten naar de overkant van het pad. Uiteindelijk komen we
bij playa Bianca uit. Hier is het echt schitterend. We hebben bijna het hele
strandje voor ons alleen. We nemen nog even duik in zee. Dan is het tijd om
terug te lopen en de bus terug naar Queposte nemen. Als we na deze mooie dag nog
even met een drankje bij het zwembad zitten begint het weer te regenen.
’s Avonds eten we heel goedkoop en lekker een Cassado bij de Soda Sanchez.
Cassado betekent letterlijk getrouwde man, het is een voedzame rijstschotel met
zwarte bonen, vlees of vis, wortelen en kool, met daarover heen een gebakken
banaan. Als toetje bestellen we een verse ananas, Heerlijk!
Vrijdag 13-04-2007 Quepos
De kinderen gaan met een tour mee snorkelen voor de kust. Wij gaan met de bus
naar Playa Espadilla norte. We huren een parasol met 2 strandstoelen. Heerlijk
luxe!
Ook vandaag gaan we weer vroeg op pad. Om 7
uur zitten we met de rugzakken kant en klaar voor het ontbijt. Als we om 7.20 op
het busstation komen, staat de bus Naar Puntarenas al klaar. De rugzakken gaan
weer onderin. Het is een lekkere bus, veel ruimte voor je benen. Tussen Quepos
en Parrita staan allemaal oliepalmen. In dit deel van het land werkt iedereen in
de palmolie industrie in plaats van het toerisme. Iedere hectare levert onder de
juiste omstandigheden ongeveer 20 ton vruchttrossen op. Dit is goed voor vier
ton palmolie die naar het buitenland wordt geëxporteerd. De olie wordt voor
kaarsen, zeep en andere toiletartikelen gebruikt, maar ook in de
voedingsmiddelen industrie. De oogst van de trossen vruchten, gebeurt met de
hand op het moment dat de vruchten oranje rood zijn. (caroteen). Om te voorkomen
dat de arbeiders veel tijdrovend klimwerk moeten doen, is door een kruising een
relatief laag type oliepalm gekweekt. De originele soort stamt uit West-Afrika.
De gassen die vrijkomen bij het persen van de olie, hebben een indringende weeë
geur.
Judith, Adri en wij stappen in Jaco uit. We nemen hier de speedboot naar
Montezuma. Dit kost $25. Fabian en Gerjanne gaan door naar Puntarenas en nemen
de ferryboot. Wij willen graag een extra dagje strand. We zijn toch een halte te
vroeg uitgestapt. We eten en drinken bij Musmanna eerst wat. Dan nemen we een
taxi naar de boot. De taxichauffeur begrijpt niet wat we bedoelen. Op het
briefje waar de aanbetaling voor de boot op staat, staat ook geen adres. Hij
neemt contact op met de taxicentrale. Dan weet hij waar we moeten zijn. Eerst
denken we nog: komt dit wel goed? Hij rijdt nl een heel stuk nog over de grote
weg. Maar we worden op de juiste plek afgezet. We moeten hier wel even wachten.
Het verloopt allemaal wat chaotisch als de boot aankomt. We denken dat er meer
mensen zijn dat er verwacht werden. Judith is zo slim meteen de bootsman aan te
schieten en het voucher voor 4 personen te laten zien.
De bagage moet eerst in de kleine boot, dan weer in de grote boot, dan weer
niet, dan weer wel. Uiteindelijk komen wij en onze rugzakken in de grote boot.
We krijgen zwemvesten om. En dan gaan we. Onderweg zien we (jonge) pijlstaart
roggen die boven het water uitspringen.
Na 5 kwartier komen we in Montezuma aan. Dit ligt op het schiereiland Nicoya. Ook
hier weer een “wet landing”. De rugzakken worden ons keurig aangegeven als we op
het strand staan. We vragen waar Hostal Aurora is. Dat blijkt vlak bij te zijn.
Ook dit dorp is zeer overzichtelijk. Het bestaat uit drie straatjes met hotels,
restaurantjes en een paar winkeltjes. We zijn net op tijd bij Aurora. Adri ziet
twee meiden er naar toe lopen. Hij denkt: die moet ik voor zijn. Ze hebben 3
kamers voor ons. We moeten de kamer voor Fabian en Gerjanne wel meteen betalen,
anders wordt die niet vrijgehouden. Maar dat is geen probleem. Als we airco
willen moeten we $10 meer betalen en warm water kost $5 extra. We gaan het eerst
zo maar proberen. We hebben hier bijna een privé etage. Er hangen 4 hangmatten
voor de deur, plus een bank 2 luie stoelen en een tafeltje om aan te schrijven.
Wat wil je nog meer. Als we het hostal uitlopen is voor het bordje “vacancy” met
grote letters NO er voor gehangen. We gaan het andere strand bekijken. Montezuma
ligt niet aan een beschutte baai. De zee is hier erg wild, met hoge golven en
een sterke stroom. Maar het strand is erg wit en groot.
Zondag 14-04-2007 Montezuma
Judith en Adri gaan het ontbijt halen. Ze komen zonder brood terug. Het brood
komt hier pas om 8uur. Na het ontbijt met stokbrood, banaan en nutella gaan we
lekker naar het strand. De golven zijn hier erg hoog en wild. Wij lopen een stuk
langs het strand. Verderop zijn nog 2 mooie baaien, We brengen de dag door met
lezen, zonnen en luieren.
Maandag 15-04-2007 Montezuma
Vandaag is het weer een stranddag. Ja, de tijd vliegt hier voorbij...)
Dinsdag 16-4-2007 Montezuma
Vandaag zijn Fabian en Gerjanne precies een jaar onderweg (zie voor hun verslag
op
www.wijzijnonderweg.tk ).Zij gaan met Judith, Adri en Bert een boottochtje
maken. Het begint erg leuk met een prachtige onderwater wereld bij Isla Tortuga
en ze maken een leuke strandwandeling over het eiland om de lunch (met alweer
verse vis!) te laten zakken. En dan gaat het even helemaal mis. Fabian denkt er
alleen maar aan om een balletje een schop te geven en hoort een hard, knappend
geluid in zijn onderbeen. Even denkt hij dat hij zijn been gebroken heeft, maar
het scheenbeen lijkt nog heel te zijn, maar staan op het been is bijna
onmogelijk. Hinkelend komen we aan bij een tafeltje en wordt meteen het been
gekoeld. Om een heel lang verhaal kort te maken, de kuitspier is ingescheurd,
een zogenaamde ' zweepslag'. We hadden dit zelf al vermoed en het werd bevestigd
door een fysiotherapeut die toevallig in Montezuma aanwezig was. (en dat die man
verstand had van spieren kon je wel zien... hij had er genoeg in groot
formaat....) Het advies is: rusten, koelen en voorzichtig strekken met een
helingsproces tussen de 6 dagen en 6 weken. Al met al mooi naar dus! Gerjanne
gaat op zoek naar ijsblokken. Ze komt met een zak vol terug. ’s Avonds gaan we
maar 2 jumbo pizza’s halen.
Woensdag 17-04-2007 Montezuma
We gaan informeren of er krukken voor Fabian te vinden zijn. Maar daar moet je
hier voor naar een ziekenhuis gaan. Fabian probeert het vandaag nog maar even
zonder. Hij koelt om de 2 uur zijn been met de ijsblokken. De rest gaat naar het
strand. We zien paarden over het strand draven. Ze komen naar het zoete water
dat vanuit een riviertje het strand op stroomt. Ze gaan in het zand liggen
rollen, daarna weer in het water. Na een kwartiertje verdwijnen ze weer. Wij
gaan met de camera langs het strand lopen en maken nog een paar mooie foto’s van
krabben.
Fabian en Gerjanne hebben vandaag besloten om nog maar een paar dagen hier te
blijven. In ieder geval tot het wat beter gaat met het lopen.
’s Avonds gaan we zo dicht mogelijk bij het hostal eten. Het lukt Fabian om mee
te strompelen. Als we het eten net op hebben, gaat al het licht uit. Heel
Montezuma zit zonder stroom. Het is stik donker. We kunnen nu wel de
sterrenhemel heel mooi zien. Er worden kaarsen op tafel gezet, maar de wind
blaast ze weer uit. Nu worden er plastic flessen doormidden gesneden en daar de
kaarsen in gezet. Dit gaat beter. Als er na een half uur nog geen licht is gaan
de meiden met Adri op pad naar het hostal om de zaklampen te halen. Na een
poosje komen ze terug. Het was erg moeilijk om het hostal te vinden. Er zijn nog
hier nog twee gasten. Als ze zien dat wij nu zaklampen hebben, vragen ze of ze
mee mogen lopen. Natuurlijk kan dat. We vorderen langzaam, maar we komen weer
zonder ongelukken bij het hostal. Het is wel een bijzonder afscheidsetentje
geworden.
Donderdag 18-04-2007 Montezuma - San José
We nemen de volgende ochtend heel vroeg afscheid van Fabian en Gerjanne. Door de
immobiliteit van Fabian zijn ze helaas niet in staat om met ons naar San José te
gaan. Wij gaan dus met zijn viertjes terug naar San José terwijl zij nog in
Montezuma blijven. Tenslotte kun je beter aan het strand zitten met een zeer
been dan in een grote stad. En de afstanden zijn hier erg klein. Het voelt wel
vreemd dat we hier om 4.30 uur met ons vieren op de bus staan te wachten. Het
eerste stukje naar Cobano rijden we nog in het donker. Om 6 uur stappen we hier
uit de bus. Vlak naast een ATM. Dar komt goed uit, want we zijn bijna door onze
colones heen. Snel even pinnen dus. Judith en Adri hebben de colones die ze nog
hadden aan Fabian en Gerjanne gegeven. Want in Montezuma kun je niet pinnen. De
volgende bus vertrekt om 6.15 uur naar Paquera. Het voordeel van deze vroege bus
is dat deze bus mee op de ferry gaat, rechtstreeks naar San José. We zijn hier
mooi op tijd. We kopen nog wat souvenirs bij la Casona. We gaan voor de laatste
keer nog even bij het zwembad zitten.
Vrijdag 19-04-2007 San José - Orlando - Amsterdam
We vertrekken om 8 uur naar het vliegveld. We komen wel in de file terecht maar
zijn op tijd op het vliegveld. Om 11.45 uur vertrekken we dit keer naar Orlando.
Het is hier 2 uur later en na 3 uur vliegen komen we om 4.30 uur plaatselijke
tijd aan. Hier worden ook weer vingerafdrukken en een foto gemaakt en is de
controle erg streng. Een man in een rolstoel moet, net als wij, ook z'n schoenen
uittrekken, de arme man krijgt het maar amper voor elkaar en valt bijna uit z'n
rolstoel. We moeten 2 uur wachten en om 7 uur vertrekken we voor de vlucht naar
Amsterdam. Dit keer vliegen we met de Prins Claus van Martinair.
Zaterdag 20-04-2007 Amsterdam - Leeuwarden
We komen keurig op tijd in Amsterdam aan. De trein naar het noorden vertrekt om
10.50 uur. In Amersfoort nemen we afscheid van Judith en Adri. Zij gaan verder
naar Groningen en wij naar Leeuwarden.
|