Baltra
- Floreana - Isla Espagñola
- Santa Fé - Seymour -
Quito - Otavalo
Dag 306 Lima - Guayaquil
Om
4.15 uur gaat de wekker. Weer vroeg opstaan. We zoenen broer voor de laatste
keer gedag. Hoewel we 2 uren van te voren op het vliegveld moeten zijn, gaat de
balie pas 1 uur van te voren open. Maar alles gaat op rolletjes. Het vliegtuig
vertrekt op tijd. We maken nog een tussenlanding in Trujillo. Precies op tijd
landen we in Tumbes. Dit is
Peru´s meest noordelijke stad. Het ligt vlak bij de Ecuadoriaanse grens. Op de
luchthaven staan al taxichauffeurs klaar om de toeristen de grens over te
rijden. Het is een goedkope manier, zonder al te lang in de bus te zitten. Lima
–Tumbes kost US$75, Lima-Guayaquil US$250. dus dat scheelt nog al wat. De taxi
kost ons US$10, tot aan de bus naar Guayaquil 2,5 km verderop. Dat is wel duur
voor hier, maar voorruit maar. Het scheelt een boel rompslomp. Anders moeten we
eerst met een taxi naar het dorp en met een collectivo naar de grens. De
chauffeur stopt bij het immigratie kantoor 2 km voor de grens. Hier laten we ons
paspoort stempelen en geven we het tarjeta de ingreso, wat we bij aankomst in
Peru gekregen hebben af. We willen niet tegelijk naar binnen. Maar één voor één.
Maar de chauffeur heeft blijkbaar haast. We laten ons niet opjutten en maken
duidelijk dat er iemand bij de bagage blijft. De chauffeur doet de ramen en
deuren van de auto op slot en geeft mij de sleutel. Bert is toch ook bijna
klaar. Dus ga ik ook naar binnen met de sleutels van de taxi.
Dan rijden we tot de grens in Aguas Verdes.
Hier moeten we verder lopen. De auto mag de grens niet over. We halen de
rugzakken uit de auto. We worden gewaarschuwd dat we goed op onze spullen moeten
letten en dat het erg onvoordelig is om hier geld te wisselen. Ook schijnt hier
veel vals geld in omloop te zijn. De chauffeur roept een fietskar voor de
rugzakken. Ze draven er vandoor. Nu is het even oppassen geblazen. Er wordt veel
geduwd en getrokken. We houden de rugzakken scherp in het oog. Men begint te
ruziën, het wordt nu echt chaotisch. Het is hier één lange marktstraat. Er is
hier ontzettend veel kabaal. De brug die Aguas Verdes met Huaquillas in Ecuador
verbindt is de eigenlijke grens. Gelukkig komen we zonder kleerscheuren en
met rugzakken bij de bus aan. Wel zien we dat men het bovenste vakje van de
rugzak van Bert heeft opengemaakt. Maar daar zit alleen zijn leesbril in, deze
vonden ze blijkbaar niet interessant genoeg.
Voor
US$5,50 rijden we met de bus naar Guayaquil. We vragen of we geen stempel nodig
hebben. Maar volgens de buschauffeur en de andere passagiers komt de grenspost
van Ecuador pas 5 km verderop. We vinden het erg vreemd. Gelukkig klopt deze
informatie, want even later wordt er gestopt. Wij moeten de bus uit om een
stempel te halen, de bus wacht en even later komen we opgelucht met een
gestempeld paspoort weer terug. We mogen zelfs 90 dagen in Ecuador blijven. Zo
veel tijd hebben we echter niet meer. Er rijdt een security man, nou ja
eigenlijk meer een pubertje, met een kogelvrij vest en pistool op zak mee. Hij
controleert de tassen van de instappende passagiers. Na weer een paar kilometers
stapt een controleur de bus in. Nu worden de papieren gecontroleerd. Ze laten
ons en de twee andere toeristen in de bus met rust. Er worden wel een paar
Boliviaanse dames de bus uitgezet. Het is een echte hobbelbus, heel wat anders
dan de luxe bus naar Lima. Ook hier komen weer veel verkopers met hun handel de
bus in. Bert koopt een loempia. Hij dacht dat hij een gebakken banaan kocht.
We rijden via de Pan American highway langs
eindeloze bananenplantages. De bananen zijn in plastic verpakt. Zo rijpen ze
sneller. Het is vochtig en klam. We hebben het erg warm. Er stapt een vrouw met
een schattige baby in. Ze vertelt dat het kindje 1 maand oud is. De ramen van de
bus staan open. Het tocht wel lekker door, maar voor zo´n kleintje niet echt
goed. Na een dikke 5 uur hobbelen komen we in Guayaquil aan op het busstation.
We hoeven nu alleen het hek maar door en dan staan we al bij de taxi
standplaats. De chauffeurs staan al te wachten op een vrachtje. Voor US$3 worden
we naar het Centenario hotel gebracht. In dit hotel zou onze schoondochter een
kamer hebben gereserveerd, maar hier weet men niets van een reservering af. Van
Ecole Viajes, het reisbureautje waar ze stage heeft gelopen, heeft men ook nog
nooit gehoord. We nemen toch maar een kamer. Later zien we dat er een gang is
naar een ander hotel, het Centenario Plaza. We gaan daar aan de balie ook maar
eens vragen. Maar de zeer onvriendelijke en ongeïnteresseerde juf aan de balie
weet ook niets van een reservering.
We gaan maar even op onderzoek uit. Het is nu
niet mogelijk om travellercheques te wisselen. Morgen naar eens bij een bank
proberen. De banken zijn nu al gesloten. We kopen een heerlijke yoghurt en gaan
dan maar weer eens een wasje doen.
Dag 306 Guayaquil
We
hebben een heerlijk ontspannende ochtend. We gaan de stad even bekijken. Cheques
wisselen. Dit kan hier maar met US$200 per keer. Gelukkig hebben we allebei
cheques, dus US$400 kan. We wisselen tegen een slechte koers onze Peruaanse
solletjes ook maar om. We hebben er toch niets meer aan. Dan lopen we naar het
park Bolivar. Hier lopen tientallen iguanas rond in alle formaten. Dood eng!!!!
Bert vindt ze wel leuk. We treffen hier een groep Nederlanders die met Djoser
hier zijn, wel leuk om te horen dat met een groep reizen ook niet alles is. Met
z´n tweetjes hoef je alleen maar met elkaar rekening te houden. We gaan aan de
kade een boot bekijken. Bert vindt het interessant. We vragen of we er even op
mogen kijken. De officier van dienst vind het goed. Het is een soort
opleidingsschip. Een officier in het wit leidt ons rond op de boot. Na nog wat
te hebben rondgekeken in de haven, kopen we weer een lekkere yoghurt en gaan dan
weer terug naar het hotel. De kinderen zijn er nog niet. We gaan op de hoek
staan, zo kunnen we de twee kanten van de hotels overzien. We staan net aan de
overkant als er een taxi voor stopt. Dat zijn ze! Ze lopen het Centenario Plaza
in. De onvriendelijke dame is tegen hen ook niet zo aardig we laten ze even
inschrijven en dan roepen we : Surprise! zoonlief is natuurlijk erg
verbaasd. Het is ontzettend fijn om ze weer te zien. Als de kinderen zich wat
geïnstalleerd hebben, lopen we nog wat met ons vieren door de stad. Zij willen
bij Mc Donalds eten. We hebben een leuke gezien aan de kade. We praten even
lekker bij. Onze schoondochter vertelt dat ze in Quito beroofd is door een vent
die een pistool tegen haar neus hield. Gelukkig was ze niet alleen toen het
gebeurde. Het is lekker warm vandaag. We zijn allemaal een beetje moe en gaan
vroeg slapen.
We
willen om 8.00 uur ontbijten. Dat zit niet mee. Het is blijkbaar te vroeg voor
de mensen hier. Alles is nog gesloten. Om 9.00 uur gaan de winkels open. Dit is
voor ons te laat. We zijn bang dat we in de spits dan niet op tijd op het
vliegveld zijn. We halen de bagage op en nemen twee taxi´s. op het vliegveld
hebben we pech. Ook hier is geen ontbijt te krijgen. Wel zijn er nog twee
stukjes chocolade taart en twee broodjes. Dat nemen we dan maar. Een lekkere
cappuccino en een thee er bij. Nu gaan we niet met een lege maag het vliegtuig
in. Om 9.45 uur kunnen we inchecken, maar er is in de hal geen stoel meer vrij,
dus zitten we maar op de grond. Pas om 10.20 uur kunnen we naar de wachtkamer.
Eindelijk een stoel. We vliegen met Tame. Deze maatschappij doet niet aan
stoelreserveringen. Het is dus dringen voor een raamplaatsje. Dit lukt ons wel,
we zijn zo langzamerhand wel aardig handig geworden in dit soort gevallen. De
kinderen zitten helemaal voorin en wij achterin. Maar we zien niets gedurende de
vlucht, er hangt een dik wolkendek.
Zo'n
1000 kilometer uit de kust van Ecuador bevinden zich de Galapagos Eilanden, in
1979 door de UNESCO tot Patrimonio Nacional de la Humanidad verklaard. De
Galapagos werden in 1535 ontdekt, toen de bisschop van Panamá per ongeluk
afdreef op zijn tocht naar Peru en op een aantal eilanden stuitte. In zijn
rapport over de ontdekking sprak hij over gigantische 'Galapagos' - schilpadden
- en de naam voor de eilandengroep was geboren. Drie eeuwen lang dienden ze als
rustpunt voor walvisvaarders en piraten, die er vers eten insloegen
(schildpadden gingen levend mee in het ruim...). De beroemdste bezoeker is
ongetwijfeld Charles Darwin, die in 1835 vijf weken lang bewijsmateriaal zocht
en vond voor zijn evolutietheorie. In 1859 publiceerde hij zijn meesterwerk 'On
the Origin of Species'. In 1832 werden de Galapagos tot Ecuadoraans territorium
geclaimd en tot 1959 werden ze gebruikt als strafkolonie. In dat jaar werd de
eilandengroep het eerste Nationaal Park van Ecuador.
De Galapagos zijn een geïsoleerde groep
vulkanische eilanden waarvan Isla Isabela ongeveer de helft beslaat. Er zijn 13
grotere eilanden, 6 kleine, en rond de 40 nog kleinere, die niet eens allemaal
een naam hebben. Het hoogste punt is de vulkaan Wolf (1707 meter) op Isabela. De
meeste eilanden hebben een Engelse en een Spaanse naam en soms ook nog een
officiële naam (door de Ecuadoraanse regering toegekend in 1832). Vijf van de
eilanden zijn bewoond, te weten Baltra, Santa Cruz, San Cristóbal, Isabela en
Santa María. De eilanden zijn ontstaan door erupties van onderwatervulkanen; ook
nu is het een vulkanisch aktief gebied. De laatste uitbarstingen dateren van
1991 (Marchena) en 1995 (Fernandina). Het vulkanisch gesteente van de Galápagos
is basalt, waardoor er lavastromen gevormd worden bij erupties, in plaats van
explosies.Toen de eilanden gevormd werden, waren het kale vulkanische rotsen en
alle dieren die te vinden zijn op de Galápagos hebben op een of andere manier de
duizend kilometer weten te overbruggen. Vogels, reptielen en zee-zoogdieren zijn
de belangrijkste bewoners. Er zijn weinig land-zoogdieren en dat verklaart het
feit dat de meeste dieren niet bang zijn: er is weinig op ze gejaagd. De dieren
evolueerden wel, om zich beter te kunnen aanpassen, zo erg zelfs dat er een
aantal generaties later duidelijk sprake was van een andere soort (Darwin's
theorie over 'evolutie door natuurlijke selektie'). Een aantal soorten is
endemisch op de Galapagos, wat wil zeggen dat de betreffende soort alleen daar
voorkomt.
In 1964 bouwde de Ecuadoraanse regering op het
eiland Santa Cruz het Charles Darwin Research Centre. 97% van het gebied op de
eilanden maakt deel uit van het Nationale Park (de rest is bebouwde kom, of
farm) en daaromheen nog eens 50.000 vierkante kilometer oceaan. Halverwege de
jaren zestig kwam het georganiseerde toerisme op gang, met zo'n 1000 toeristen
per jaar. Inmiddels zijn dat er 60.000 per jaar... Er zijn in totaal zo'n 50
plaatsen op de eilanden die bezocht mogen worden. De rest is beschermd gebied.
Het regenseizoen is van januari tot juni, het droge seizoen van juli tot
december. Februari is de heetste maand ... Het water is rond de 23°C en meestal
kalm in het natte seizoen. Het droge seizoen is koeler en vaak mistig (de 'garúa-mist').
Van augustus tot oktober is de zee ruwer.
Tijdens
de vlucht krijgen we een lekkere lunch. De Galapagos eilanden liggen op ruim
anderhalf uur vliegen van Ecuador. We komen rond het middaguur aan op het eiland
Baltra. Na aankomst op het eiland moeten de schoenen schoongemaakt worden om
geen ziekten van het vaste land mee te brengen en wordt je gecontroleerd op het
meebrengen van zaden of andere schadelijke producten voor de eilanden. Op Baltra
aangekomen snuffelt er eerst een hond aan de bagage. Als al de bagage besnuffeld
is, mogen we de rugzakken pakken. Ook hier op de Galapagos mogen geen
melkproducten ingevoerd worden. We moeten eerst langs een loket om de US$100
entree te betalen
voor het nationaal park, maar dan krijg je ook een speciaal Galapagos stempel in
je paspoort. Buiten staat iemand ons op te wachten. We gaan per bus naar de
andere kant van Baltra. Dan steken we met een ferry over naar het eilandje Santa
Cruz. Hier staat weer een bus die ons naar Puota Ayora brengt. Deze rit duurt 45
minuten. In Puota Ayora ligt de Poseidon, de boot waar we nog 4 dagen en nachten
op zullen doorbrengen. Het ziet er allemaal wel goed uit. Er zijn nog 6 andere
gasten
aan boord. Wij krijgen, omdat we de oudsten zijn????, de enige hut die bovendeks
ligt. Deze ligt tussen de keuken en de stuurhut. We krijgen eerst een lekker
fruithapje. Dan gaan we naar het Charles Darwin instituut even buiten Puerto
Ayora. Het instituut herbergt een infocentrum over de archipel, maar doet veel
meer dan dat. Zo proberen zij door onderzoek en advisering de unieke flora en
fauna van het reservaat te beschermen. Ze hebben tevens een broedcentrum voor
schildpadden. De eilanden zijn naar de schildpadden vernoemd. Tortoises zijn
landschildpadden. De walvisvaarders hebben in de 18e en 19e eeuw veel gedood.
Schildpadeieren van verschillende eilanden worden hier "uitgebroed" en op het
moment dat de schildpadden een jaar of 3 zijn worden ze weer uitgezet op het
eiland van herkomst. Deze wijze heeft ervoor gezorgd dat een bepaalde soort
schildpad die eerst met uitsterven werd bedreigd, nu weer volop op een van de
eilanden voortleeft. Ook zijn er een aantal enorme volwassen landschildpadden te
zien. Je kunt er erg dichtbij komen. We zagen gigantische exemplaren van zo'n
100 jaar en wel 250 kg zwaar. Men neemt aan, dat ze ongeveer 160 jaar oud kunnen
worden. Het zijn vegetariërs en het kan wel 1-3 weken duren tot een maaltijd is
verteerd. Men denkt dat een schildpad pas met 40 jaar geslachtsrijp is. Ze
graven dan een gat met hun achterpoten, wat soms wel dagen kan duren. Hierin
worden 2 tot 16 eieren gelegd. Hierover wordt weer een laag modder gegooid, die
met hun urine is vermengd. Na 5 maanden komen de eieren uit. We zien een
schildpad bezig een gat te graven met de achterpoten, het gaat inderdaad tergend
langzaam. Je zou er kriebelig van worden.
Ook
zien we 'Lonesome George' de laatste gigant van het eiland Pinta, ze hebben hem
in het instituut opgenomen om voor het nageslacht te zorgen. Ze hebben George
zelfs twee vrouwtjes toebedeeld, maar helaas heeft hij nog niets gepresteerd.
Hij is 'pas' 80 jaar, dus heeft hij nog alle tijd. De toeristen worden hier
aangemoedigd een donatie te doen, maar dan wel alleen papiergeld. Wij vinden dat
we met de betaling van $100 entree wel genoeg hebben gedoneerd. We lopen terug
langs de souvenirs winkeltjes. Veel T-shirts, broeken en snuisterijen. We moeten
even op het bootje wachten dat ons weer naar de Poseidon overzet. Het waait al
stevig en we hebben het een beetje koud. Eenmaal weer aan boord krijgen we een
lekker bord spaghetti en een trilpuddinkje toe. Hierna wordt er een toost met
een pisco sour uitgebracht op een voorspoedige reis. Er is nog geen Engelse gids
aan boord. Onze schoondochter en een Israëlisch meisje dat in Australië woont,
zijn de enigen van het gezelschap die goed Spaans spreken. Zij vertalen het
meeste voor ons. Een gedeelte van de gasten gaat nog even aan wal. Wij hebben
geen zin meer. De boot gaat om 12.00 uur varen naar het volgende eiland. Volgens
de kapitein gaat het een roerig nachtje worden. Gelukkig heeft onze zoon pillen
tegen zeeziekte meegenomen. We nemen ze in en vallen snel in slaap. Klokslag
24.00 uur worden we wakker van de motoren die aan gaan. Het schip vaart op volle
kracht en gaat behoorlijk te keer. We blijven maar zo stil mogelijk liggen. Maar
midden in de nacht moet ik wel de wc opzoeken. Ik ben stevig aan de diarree. Hoe
dat nu weer kan?
Het ontbijt sla ik maar over. Het ziet er wel
lekker uit. veel versfruit. In plaats hiervan slik ik 6 norit´s. Ook is er nu
een gids die goed engels spreekt aan boord gekomen. Dit tot grote opluchting van
schoondochter. We gaan aan land op het eiland Floreana. Hier struikelen we bijna
over de Blue footed boobies, de blauwe Jan Gent. Ze zitten rustig op hun nest
van 2 eieren te broeden. Ze kijken ons aan, maar zijn totaal niet bang. Hier
zijn de vogels volkomen op hun gemak als er mensen voorbij komen. Bijna alle Jan
van Gent paartjes blijven bij elkaar. De beide vogels broeden 42
dagen op het nest. Het jong is eerst kaal en blind. Het wordt gedurende 12 weken
gevoed. We zien een blue footed boobie met 2 jonkies. Dit is bijzonder want er
blijft er meestal maar één in leven. De kleinste ziet er wel wat ieler uit. De
ouders maken een soort kuil/kring. Deze kring is de plek waar de jongen binnen
moeten blijven. “Grenzen stellen” dus ook hier. Het sterkere jong duwt de
zwakkere buiten de kring. Deze overleeft dit vaak niet. Ook zien we een stel
“blauwe voeten” elkaar het hof maken. Het mannetje neemt een strootje in de bek
en biedt dit het vrouwtje van zijn keuze aan. Als zij het stootje aanpakt is er
voor het broedseizoen weer een stel samen. We genieten van dit schitterende
gezicht. Verder zien we pelikanen, zwarte leguanen en honderden zeeleeuwen. Veel
kleine zeehondjes die nog bij hun moeder zogen. We zijn net te laat om een
geboorte te zien. De baby en de moeder liggen net bij te komen van de geboorte.
Later zien we dat de moeder het jong naar de zee sleept. Het jong moet eigenlijk
zelf naar de zee waggelen, maar zo nu en dan neemt de moeder het kind in de bek
en sleept het een stukje verder. Ze wil een goed plekje hebben en jaagt een
zeehond die haar in de weg ligt, de zee in. Dan gaan moeder en kind samen baden
in de golven. Schitterend! We gaan weer terug naar de boot waar weer een
heerlijke lunch klaar staat.
We varen verder naar het eiland San Cristobal. De grootste stad hier is Puorto
Baquerizo Moreno, de hoofdstad van de provincie Galapagos. Onderweg zien we veel
fregatvogels. Dit zijn ware luchtacrobaten. Ze stelen vaak de vis uit de bek van
een kleinere vogel. De fregat vogels scheiden niet genoeg olieachtig vet af om
hun vleugels waterproof te maken. Ze kunnen hun prooi dus niet onderwater
pakken, maar wel vissen aan het wateroppervlak, door te pikken met hun hoekige
bek. Het zijn schitterende vliegers. De mannetjes hebben een roodvel onder hun
nek hangen. Dit kunnen ze opblazen als ze de vrouwtjes willen imponeren. Dit
kunnen ze ongeveer 20 minuten volhouden. Tijdens het varen springen de dolfijnen
voor de boot uit. Zij zwemmen moeiteloos onder water. Hun lichamen zijn prachtig
gestroomlijnd. Het lichaam is lang en afgerond, het is breed van voren en wordt
smaller naar de staart toe. Behalve de rugvin en de borstvin steekt er niets
uit. Dolfijnen hebben geen oorschelpen en hun huid is heel glad. Net als andere
walvisachtigen gebruiken dolfijnen hun staart om zichzelf door het water voort
te stuwen. Ze slaan hun staartvin op en neer met de krachtige spieren in de
buurt van hun staart. De staartvin duwt het water bij elke klap naar achteren en
het lichaam van de dolfijn wordt daardoor naar voor geduwd. De andere vinnen
sturen de dolfijn door het water. Ook kunnen de dolfijnen enorme sprongen maken
boven het water.
In Puorto Baquerizo Moreno drinken we wat op
een terrasje. We zien hier ook een heleboel zeeleeuwen. Hun aantal op de
Galapagos eilanden wordt geschat op 50.000. Maar ze blijven leuk om te zien. We
stappen weer op de kleine boot die ons overzet naar de Poseidon.
Vandaag
staat Hood eiland op het programma. Het eiland wordt ook wel Isla Española
genoemd. Het ontbijt staat om 7.30 uur klaar en hierna stappen we inde volgboot.
Het is lekker weer. Een beetje zon. Hood is het meest populaire eiland omwille
van de variëteit aan dieren die hier te zien zijn. Het is smal en plat met geen
enkele zichtbare vulkanische krater. Het is het meest zuidelijke eiland en 63
km2. Er zijn hier veel spuitgaten, het water spuit soms wel 20 meter de lucht
in. We zien weer heel veel zeehonden. Er is een pasgeborene, de navelstreng zit
er nog aan en de placenta ligt er naast. (Als we een rondje gelopen hebben zien
we dat de moeder het jong in haar bek neemt en naar de zee sleept. De Galapagos
zeeleeuw heeft zijn oren aan de buitenkant. De mannetjes zijn soms agressief en
jagen de zwemmers uit het water, ze zien deze als concurrenten. De vrouwtjes en
de kleintjes zijn speels. Ze worden 20 jaar oud. De vrouwtjes zijn met 4 jaar
volwassen. Hierna zijn ze bijna altijd zwanger. De zwangerschap duurt 9 maanden.
Ze hebben het vermogen om de groei van de baby te stoppen als het slecht met ze
gaat. Als de omstandigheden verbeteren dan groeit de baby weer verder. De melk
die ze produceren bestaat voor het grootste deel uit vet. Mannetjes hebben soms
wel 30 vrouwtjes om zich heen. Maar alleen als hij in staat is de andere
mannetjes hier vandaan te houden. Zijn gebied verdedigen is erg zwaar werk en
dit kan dagen duren zonder voedsel of slaap. Na een poosje komt er dan een
“frisse man” hem uitdagen en die verslaat dan de “haremmeester” en neemt zijn
positie over.
De moeder vertroetelt de pup een week. Dan
gaat ze weer naar zee om eten te zoeken. Als de pup 5 maanden is moet ze zelf
naar de zee om te vissen. Maar ook dan nog kan ze bij de moeder drinken. Isla
Española is een rotsachtig stuk land en bevat een van de meest indrukwekkende en
gevarieerde kolonies aan zeevogels op de Galapagos. Van maart tot december
herbergt Española de enige kolonie 'waved' albatrossen. De kolonie kan bezocht
worden vanaf Punta Suárez, één van de bezoekersplaatsen van het eiland. Het pad
brengt ons langs kolonies gemaskerde en blue-footed boobies tot aan de kolonie
albatrossen met hun gele snavels. De albatrossen kunnen een jaar boven zee
vliegen, ze hoeven niet aan land te gaan. Ze hebben soms wat moeite met het
opvliegen door hun hoge gewicht. Ze hebben hoge rotsen nodig om op te kunnen
stijgen en een lange open baan om te kunnen landen. Albatrossen zijn de grootste
vogels van de Galapagos, met een vleugelbreedte van 240 cm. Ze wegen ± 4 kg. Ook
hier weer veel blue footed boobies die op hun eieren zitten te broeden, of op de
pas uit het ei gekomen jonkies.
Verder weer de lizzards en de marine iguana´s. De marine iguana is de enige zee
iguana ter wereld. Ze zijn te vinden op de rotsachtige kust. Ze hebben een
zwartachtige huid. De mannetjes kunnen veranderen van blauw naar rood tijdens
het broedseizoen. De mannetjes op Española zijn het hele jaar gekleurd. De
vrouwtjes leggen de eieren in een zandnest en laten het dan aan het lot over.
Een zee iguana is in staat om zout zeewater om te zetten in zoet drinkwater. Ze
spuiten daarom zo nu en dan zoutwolkjes de lucht in. Ze kunnen 1 meter lang
worden. We vinden ze een beetje op draken lijken.
De land iguana´s lijken veel op de zee iguana´s,
maar ze zijn groter en geel. Volwassen land iguana´s wegen soms wel 6 kg. Ze
eten cactussen. Hun mond is leerachtig, waardoor ze de cactus kunnen eten zonder
de stekels te verwijderen. Ze worden soms wel 65 j
aar
oud. Ook zit er een havik op een tak. Veel tropic birds met rode snavels en twee
lange staartveren. Ze nestelen zich hier in de gaten van de kliffen. Het zijn
mooie witte vogels met twee staarten die even lang zijn als hun lichaam. Ze zijn
inclusief staart ± 76 cm lang en hebben een vleugelwijdte van 1 meter. Ze laten
een schril geluid horen. Hun snavel is rood en ze hebben een zwarte oogstreep.
We zien er hier erg veel. De bruine pelikaan heeft een zeer grote snavel en is
122 cm groot. Zijn vleugelbreedte is 2 meter. Hij kan maar liefst 10 liter water
in zijn bek meenemen. Het water sijpelt er uit en de vis blijft zitten. Het is
voor de jonge pelikaan moeilijk om deze scoop-duik te leren. Er sterven dus veel
jonge pelikanen van de honger. De sally light footed crab is helderrood en blauw
van onderen. De zwarte krabben die we zien zijn jonkies. Ze verdwijnen als je te
te dicht bij komt. Als je dan heel stil blijft staan komen ze weer terug. De
lava reiger jaagt op krabben, hij slaat de krab tegen de rots tot de poten eraf
vallen en eet ze dan op. Als een krab groeit, stoten ze hun harnas af. Ze zijn
nu week en verstoppen zich in een rots tot ze niet meer zo kwetsbaar zijn en hun
schild is gegroeid.
Gardener Bay ligt ten oosten van Isla Española
en geeft het eiland het meest indrukwekkende strand. Hier kan je wandelen tussen
de zeeleeuwen en zwemmen en snorkelen. Wij houden het bij wandelen. Alleen onze
zoon heeft de moed om in het toch vrij koude water te gaan snorkelen. Maar ook
hij heeft het koud als hij uit het water komt, maar hij heeft genoten van al het
moois dat hij gezien heeft. Nu gaan we weer terug naar de Poseidon voor een
heerlijk diner. Het eten aan boord is voortreffelijk. We hebben in tijden niet
zo lekker gegeten. Na het eten zitten we even op het dek om het reisverslag te
schrijven. We zijn allemaal moe van al de mooie indrukken.
Het
programma van deze reis is perfect. We hebben elke dag nieuwe dieren en
landschappen gezien. Ook op Santa Fe zit een uniek beest, namelijk de Santa Fe
landleguaan. We hebben geluk en we zien er één! Deze beesten worden ca. 90 jaar
ouden hebben een afmeting van een meter. Zij kunnen een aantal maanden zonder
eten, dat is erg handig want hun voedsel bestaat uit afgevallen cactusbladeren
zonder stekels. We lopen door een cactus woud, waarbij de cactussen ca. 10 meter
hoog kunnen worden. Het lijkt dan een soort boomstam met bovenin cactusbladeren
als takken. Elk cactusblad staat symbool voor één levensjaar. In de stam van de
cactus zit een soort karton (honingraat), dat al het water vasthoudt. De
cactusbomen hier groeien op een stam en hebben zich zo ontwikkeld, doordat de
schildpadden en leguanen cactussen eten. Omdat de schijven en vruchten nu te
hoog zitten, kunnen die er niet meer bij en moeten ze wachten toe ze op de grond
vallen. Er zitten ook landleguanen. In de baai gaan de kinderen prachtig
snorkelen, dit is één van de mooiste plekken van de Galapagos. Zoonlief ziet een
haai en schoondochter had contact met een zeehond die aan haar flipper knaagde.
We gaan weer terug naar de Poseidon voor de lunch. Na de lunch gaan we naar
South Plaza. Dit is een klein eiland, slechts 0,13 km² groot. Er groeit veel
mooi gekleurd vesuvius en cactussen. Ook zien we verschillende zeevogels. De
rest van de dag brengen we wat luierend en lezend door op de boot.
Nu varen we naar North Seymour. Dit ligt boven
Baltra. De zee is best wild en we beginnen behoorlijk te schommelen. Gelukkig
wordt niemand ziek. De kok Milton heeft weer een fantastische maaltijd op tafel
gezet. De discussie met de andere reizigers begint over de hoogte van de fooi
voor de bemanning. Maar om 9.00 uur gaar de generator weer uit en is het onze
bedtijd. We liggen inmiddels voor Seymour, dus hoeven we vannacht niet te
varen.
´s
Morgens vroeg gaan we na een lekker ontbijt naar North Seymour. Ook dit is een
zeer klein eiland. Om 8.00 uur zijn we al op zoek naar fregatvogels. Vooral naar
mannetjes met opgeblazen keelzakken kijken we uit. Ze doen dat om vrouwtjes te
lokken, vergezeld van veel geschreeuw. Na een paar honderd meter zien we er
verschillende op slechts een paar meter afstand. Heel erg mooi. Ook zijn hier
veel balsembomen met fregatvogels. We zien zelfs een roodvoet-jan-van-gent die
eigenlijk helemaal niet op dit eiland voorkomt. Zeker verdwaalt. Aan de kust
hoge golven met hele trossen zeeleguanen. Nadat we alles hebben bekeken hier, is
het de hoogste tijd om naar de Poseidon terug te varen. De regenhoes nog even
repareren en dan alles weer inpakken als we naar Baltra terug varen. Ik kan het
hier niet laten om een T-shirt te kopen. Eenmaal terug op het vliegveld kunnen
we de bagage meteen inleveren. Nu doet men opeens weer wel aan reserveren. De
kinderen hebben problemen met hun snorkelspullen. Er zou iemand staan die de
spullen voor hen terug zou brengen. Maar de gids kan niemand vinden.
Wanneer je besluit om de Galapagos Eilanden te
bezoeken, heb je natuurlijk een bepaalde verwachting. Je ziet de beelden op TV
van National Geographic en daarmee wordt een bepaald beeld geschapen. Op het
moment dat je zelf voet op de eilanden zet, worden de TV-beelden werkelijkheid.
Het gaat je verstand te boven, de beesten zijn inderdaad niet mensenschuw en je
wordt je bewust van het feit dat dit eigenlijk heel gewoon zou moeten zijn. Het
evenwicht tussen mens en dier op de Galapagos is werkelijk uniek.
We hebben een tussenstop in Guayaquil. Hierna
is het nog 35 minuten vliegen naar Quito. We nemen een taxi naar hostal loro
Verde. We zetten de spullen neer en gaan met schoondochter mee naar haar kamer,
waar ze een half jaar heeft gezeten. De ontvangst is hier niet erg vriendelijk.
Het komt er op neer: Je betaalt geen huur meer dus weg wezen. Omdat Loro Verde
vol is, nemen de kinderen een kamer bij hostal Galeria. ´s Avonds gezellig eten
met zijn allen met een lekkere pisco sour erbij. Hierna nog ergens een lekkere
pina collada drinken en dan houden we het voor gezien. We gaan terug naar het
hostal en genieten van onze mooie kamer en de heerlijk schone douche.
Na een gezamenlijk ontbijt gaan we kijken waar
onze schoondochter heeft gewerkt. Het zijn hier ontzettend aardige mensen.
Hierna gaan we de oude binnenstad bekijken. Sommige dingen komen ons nog erg
bekend voor, vooral het Plaza Santo Domingo waar we in 1999 in een hotel hebben
gezeten. De stad heeft nog heel veel van de oude sfeer behouden. Het “vroeger”
is nog steeds aanwezig in de oude rumoerige binnenstad. Sommige delen hebben wel
een opknapbeurt ondergaan. De huizen op het plaza San Francisco zijn geel
geschilderd. De marktstraatjes rondom het Plaza de Independencia zijn verdwenen.
Het schijnt dat hier te veel toeristen werden beroofd. We kunnen ons nog
herinneren dat er veel politie rondliep en dat wij gewaarschuwd werden. We gaan
de Basilica bekijken. De kerk is nog steeds niet afgebouwd. Men is in 1926
begonnen met de bouw. Het is er binnen wel erg sober. Niks geen goud en
glitters. Wel een paar glas in lood ramen. Bovenin hebben we een mooi uitzicht
over Quito. Hierna dwalen we wat over de pleinen. We nemen een sandwich en
slenteren dan terug naar een bushalte. Wie had 4 jaar geleden gedacht dat we
hier nu al weer zouden lopen? Ik ga de was ophalen bij de wasserij. Hierna
lekker even languit lezen. We sturen weer een mail naar huis.
Na
het ontbijt brengen we onze rugzakken naar de luggage room in het hostal Galeria.
Waar we nu hebben geslapen is vol na het weekend. We gaan gevieren met de taxi
naar de straat waar de bussen naar Otavalo vertrekken. We zitten nog in de taxi
als er al geroepen wordt Otavalo. We stappen meteen in de bus. Dit gaat
flitsend. Om 11.00 uur zij we al in Otovalo. Het eerste hostal waar we vragen
zit vol. Bij het tweede hebben we meer geluk. Het heet Hostal Sucre, het is een
mooi oud koloniaal gebouw. Het wordt beheerd door een Belgische mevrouw. We
hebben een enorme kamer met een zeer grote badkamer. We gaan alvast een kijkje
op de markt nemen. Ik koop een ketting van nep roodkoraal. De schilderijtjes
zijn me te duur, US$25. Er is heel veel moois te koop. We besluiten naar Peguche
te gaan lopen. Hier worden heel veel stoffen geweven. Maar het is niet meer zo
als in onze herinnering. Er is nu een weg naar toe en de bus rijdt er ook heen.
We vinden de wandeling erg leuk. Hostal Ayuma is er nog steeds, maar er zitten
nu andere mensen in. We lopen door naar het plein waar het kerkje nog steeds
staat. We kopen wat armbandjes van de kinderen terwijl we op de bus wachten. Ze
kunnen niet 4 x de prijs uitrekenen, dus zeggen ze maar wat. We helpen ze maar
met het uitrekenen. Er staat ook een Djoserbus bij de weefwinkel. Gelukkig komt
onze bus vrij snel. We stappen op het busstation uit en moeten nog een heel eind
lopen. Nu weer even van onze luxe kamer genieten. ´s Avonds gaan we pizza eten.
Het moet de bekendste in de omtrek zijn want het is er erg druk. Ook speelt er
een panfluit bandje van 7 mannen. Ze hebben natuurlijk ook een eigen CD in de
verkoop. Het eten smaakt ons prima. Om 21.00 uur houden ze het voor gezien en
wij ook. We willen morgenochtend vroeg naar de markt. We slenteren terug naar
het hostal.
Dag 314 Otavalo - Quito
Om 5.30 uur gaat de wekker. Het is even
ontzettend vroeg. Om 6.00 uur zijn we op weg naar de dierenmarkt. Het is een
kwartiertje lopen. de dieren worden nog aangevoerd en de kramen voor de andere
spullen worden opgebouwd. Op de dierenmarkt worden varkens, koeien en wat
pluimvee verhandeld. Er komt een dame naïeve kunst schilderijtjes verkopen. Ze
begint net als gisteren met US$25. Uiteindelijk worden we het eens over US$7!
Verder koop ik een ketting voor mama en een schaal. Deze willen de kinderen wel
meenemen voor ons. Om 10.00 uur wordt het ontzettend druk op de markt. Er zijn
nu meer toeristen dan Ecuadorianen. We vinden het niet leuk meer. We drinken
even wat boven op het dak van een café met uitzicht op de markt. Dan is het tijd
voor de bus terug nar Quito. Het is nog rustig in de bus. Alleen de chauffeur
rijdt als een gek. In Quito gaan we op zoek naar een Lonely Planet van Mexico.
We kunnen alleen een oude vinden, maar dat willen we niet. We eten nog even met
ons vieren, nemen alvast afscheid van de kinderen en dan gaan wij naar ons
bedje. De kinderen hebben vanavond een afscheidsfeest. Morgenochtend om 3.30 uur
opstaan! We hebben al een taxi besteld naar de luchthaven. De wekker gaat
inderdaad om 3.30 uur. We pakken de laatste spullen in en dan met de taxi naar
de luchthaven. De kinderen liggen nog te slapen, vast een leuk afscheidsfeestje
geweest gisteravond!