Reisverslag van dag tot dag: Peru Titicaca meer - Arequipa - Colca Canyon - Condors, Colca Canyon - Santa Catalina klooster - Juanita - Aquas Calientes - Machu Picchu - Nasca Dag 294 Copacabana - Puno
De “gids” van de bus vraagt waar we heen gaan. We willen naar de rieteilanden bij Puno. Op het bezoek aan de drijvende rieteilanden van de Uros-indianen in het Titicacameer hebben we ons speciaal verheugd. Want de Uros-indianen leven, zo vertelt de lonely planet ons, nog precies als honderden jaren geleden: wonend op zelfgemaakte eilanden van riet, drijvend in het Titicacameer, tussen het riet, in hutjes van riet, met boten van riet. Ze eten zelfs riet. Hij kan een tour regelen als we aankomen. We denken er even over na. We hebben van verschillende kanten gehoord dat Puno niet leuk is, we boeken de tour maar. Als we op het busstation aankomen staat er al een minibus klaar om ons naar de haven te brengen. Maar de gids laat nog al even op zich wachten. We vertrekken uiteindelijk wat aan de late kant naar het eerste eilandje Tupere. Het Titicacameer ligt op een hoogte van 3800 m. Het is het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Het heeft een oppervlakte van 8800 km2. Het licht is heel bijzonder op deze hoogte. Sommige historici denken dat het meer de bakermat van de Andes beschaving is, vooral door de nabijheid van de archeologische vindplaats Tiahuanaco. De indianen geloven dat de god Viracocha uit deze wateren is opgerezen om de maan (qilla) de zon (inti) en de sterren (wara) te scheppen. Op het eiland van de zon (Isla del Sol waar we vanuit Copacabana zijn geweest) ligt het inca heiligdom waar ooit de maagden van de zon verbleven. Volgens de overlevering zouden de voorouders van de Inca´s uit de grotten te voorschijn zijn gekomen . De grotten hebben de naam Tambo-toco (huis met vensters). De stam van de voorouders werd geleid door 4 broers waarvan de oudste Manco Capac, het hoofd en tevens de hogepriester van de zonnegod was. Geleid door het orakel trokken ze met hun stam naar het noorden op zoek naar een rijk. Manco Capac bezat een gouden staf die volgens de voorspelling diep in de grond zou dringen waar het keizerrijk gesticht moest worden. Zo ontstond Cusco, de toekomstige hoofdstad van het Inca rijk. Nu wonen er ± 800 mensen verdeeld over 40 eilanden. Ze leven van het toerisme, visvangst en kweken van eenden. Van de 40 eilanden zijn er 5 voor toeristen toegankelijk. De andere eilandjes zijn zo klein dat er geen grote boot kan aanleggen. Als bij geen ander indianen volk is het leven van de Uros indianen verweven met het Titicacameer. Ze bouwden de “drijvende”eilanden van dikke pakken riet. Dit groeit overal langs de ondiepe oevers van het meer. De eilanden drijven niet helemaal vrij, maar staan met de bodem in contact via een massa halfverteerde plantenresten en zitten ook vast aan eucalyptus palen.
Als we weer op de steiger staan, staat er een minibus klaar om ons weer naar het busstation te brengen. Hier hebben we de rugzakken laten staan. Van de balie medewerker krijgen we het adres van het Manco Capac hostal met prijzen. We hebben de naam van dit hostal al eerder gehoord. We gaan er op goed geluk met een taxi naar toe. Er is nog een drie persoons kamer voor ons. Op het bord staat $35, voor ons is het eerst 20 sol pp. Als we het kaartje laten zien, betalen we uiteindelijk 15 sol pp. (is €5). Het is een “special rate” voor Peru-bus reizigers. Het is een nette kamer met heerlijke bedden. s´Avonds gaan we wat eten en daarna nog even de stad bekijken. Het is ´s avonds best gezellig in de straatjes van Puno.
Veel gebouwen hier zijn opgetrokken uit sillar, een witte steen van vulkanische oorsprong. Hieraan dankt de stad zijn bijnaam: witte stad. Het Plaza de Armas is hier wel mooi. Op het plein groeien veel palmbomen en aan drie zijden liggen booggalerijen. Ook staat er een witte kathedraal. Vanaf het plein kun je de top van de vulkaan Misti zien. We gaan op zoek naar Colonialtours. We hebben van de Nederlanders in de bus gehoord dat deze een goede trip aanbieden. Men is hier ook erg vriendelijk. We boeken een tweedaagse trip naar de Colca canyon. Ook boeken we meteen ons vliegticket van Lima naar Tumbles aan de grens met Ecuador. We eten een een heerlijk broodje kebab en duiken daarna maar weer eens vroeg het bed in.
Verderop zien we 3 vulkanen, de Ampato, Sabancaya en de Hualca waarvan de toppen met sneeuw zijn bedekt. Al snel na de top hebben we een mooi uitzicht over de vallei van Chivay. Vlak voor Chivay rijden we over nog een pas. Hier staan vrouwen Alpaca sjaals en kledingstukken te verkopen. Ook staan hier stapels stenen. Dit zijn Apacheta´s, ze wijzen de weg naar de hemel als eerbetoon aan de berggoden. Deze stenen werden hier oorspronkelijk neergelegd door de mensen die veilig de vulkaan over waren gestoken, maar tegenwoordig bouwen ook veel toeristen een heuveltje vertelt de gids. Chivay ligt op een hoogte van 3651 mtr. Het is de toegang tot de Colca Canyon. Hier hebben een prachtig uitzicht op de duizenden terrassen die tegen de bergwand aanliggen. Sommige op de meest steile en ontoegankelijke plaatsen die je je voor kunt stellen. We rijden verder naar het dorp Coporaque, waar we een wandeling maken over de terrassen. In de bergwand zijn gaten/holen gemaakt. Hier worden de offerandes in gezet. Maar in de regentijd schuilen de boeren er ook wel in. (Er treedt een grappige spraakverwarring op met de Frans/Canadezen, ze verstaan i.p.v. terraces terroristen). Deze terrassen zijn van een nog 1000 jaar oudere beschaving dan de Inca´s. Het is op deze hoogte weer zwaar om naar boven te lopen, maar het uitzicht vergoed veel. Eenmaal boven is de rest van de wandeling een “makkie”. Als we terugkomen in het dorp komen de dorpsbewoners ook terug met hun dieren. De kuddes gaan terug naar het dorp in een omheinde omgeving. ´s Nachts lopen hier poema´s rond die het op de jonge dieren hebben voorzien. Opeens komen we een loslopende stier tegen die in z´n eentje loopt te brullen. We hebben hier wel ontzag voor en lopen er zo ver mogelijk omheen. We zien jonge dieren met een rood lint om de nek lopen. Volgens de overlevering beschermt dit ze tegen ziektes. Na de wandeling kunnen we heerlijk relaxen in de warmwaterbronnen van Calera. Een heerlijk warme verrassing in het koude klimaat hier. Het water komt uit de grond met een temperatuur van 85° C. Er zijn zelfs kleedhokjes en kluisjes. We zijn heerlijk loom na dit warme bad. Maar er staat nu eten en dansen op het programma. We vinden de dansen niet echt bijzonder. Maar het is wel gezellige muziek. Om 5 uur wordt er op de deur geklopt: Wakker worden! Om 5.30 uur is er een ontbijt voor ons geregeld in een restaurantje aan het pleintje. We denken in de eerste instantie dat het nog gesloten is, maar er zitten luiken voor de ramen en die laten geen licht door. We vertrekken op tijd. Het is nog fris. We maken een stop in een dorpje Maca, dat bijna compleet verwoest is door de laatste aardbeving. Er zit een eenzame adelaar vast op een paaltje. Bij Pinchollo maken we eerst een wandeling om de diepe kloof te bekijken. De kloof is echt steil en diep. De rivier stroomt 1200 m onder ons. Men is het er niet over eens of het de diepste canyon van de wereld is of niet. Bert blijft op veilige afstand van de rand.
Het is te begrijpen dat de Inca's de condor zagen als vertegenwoordiger van de bovenwereld. Deze machtige vogel was de boodschapper van de goden en kwam tot hoog bij de heilige bergtoppen, de apu's. Je wordt in ieder geval stil als je de wind tussen hun vleugels hoort suizen. Een ding is zeker: de natuur in de Andes is overweldigend. We vragen in het hostal om een andere kamer. Gelukkig zijn hier de bedden beter.
Na al dit moois gaan we een broodje eten. Volgens ons doen alleen de toeristen dat hier. Net als in Bolivia is hier de lunch ook de belangrijkste maaltijd van de dag. Je kunt hier ook weer een almuerzo kopen. Na het best lekkere eten gaan we nog even langs de winkels. We kopen een leren fotomapje met Peru er op.
Voor vandaag hebben we weer genoeg cultuur gedaan. Nu komt weer het praktische gedeelte aanbod. Janneke gaat naar de kapper. Bert en z´n broer gaan e-mailen. We eten weer een menu en drinken er een pisco sour bij. Dat vindt vooral Janneke toch wel erg lekker. Tijdens het eten komt er een bandje Peruviaanse muziek spelen. Het klinkt erg vrolijk. Het is tijd om morgen naar Cusco te vertrekken. We pakken de rugzakken weer goed in. Vandaag hebben we een lange busrit voor de boeg. En uitgerekend vandaag voelt Bert z´n broer zich ziek. Hij is misselijk. Maar hij wil wel verder reizen. We nemen maar weer een taxi naar het busstation. Ook hier moet weer de belasting van 1 sol betaald worden voor we de bus in mogen. We hebben een royal class bus. Dat is de bus ook echt. Er is zelfs een aparte wachtkamer voor. De stoelen in de bus zitten heerlijk. De afstand Arequipa - Puno hemelsbreed is niet ver, misschien zo'n 150 km, maar er is geen weg die hemelsbreed door het landschap is getrokken. De bus moet helemaal omrijden en we zullen zo'n 11 uur onderweg zijn. Eerst stoppen we weer in Puno. Dan door naar Cusco. Onderweg zien we veel nederzettingen van 10 huisjes met een rieten dak. Een enkele keer staat er ook een kerkje bij. Er worden onderweg 3 wazige films vertoond. We vinden er niet zo veel aan. We komen s avonds om 22.00 uur in Cusco aan. Op het busstation staan verschillende mensen die een hostal aanbevelen. Met een officiële taxichauffeur spreken we een familiar af. Het grappige van de taxi is dat de snelheidsmeter aan de kant van de passagier zit. De chauffeur ziet er dus niets van. Bij het familiar is nog een 3 persoonskamer. We nemen hem maar. Als Bert gaat douchen, blijkt het een heerlijk warme douche te zijn. We gaan lekker allemaal hier even van genieten. Dag 300 Cusco We worden lekker uitgerust wakker. Ook Bert z´n broer voelt zich beter. We nemen een ontbijtje in het hostal. We gaan nu allereerst een trip naar Machu Pichu boeken. We hebben een trip uitgezocht waarbij we juist niet lopend naar Machu Picchu hoeven te gaan, want de twee- of vierdaagse Incatrail over de bergen zien we niet zitten. Het is ongetwijfeld een prachtige tocht, maar niets voor ons. We voelen ons te moe. Het lange reizen begint ons te vermoeien. We beginnen het aan onze lijven te merken. Als we de trip met een creditcard willen betalen komt er een toeslag van 6% bij. We gaan dus eerst maar pinnen. Morgen vroeg om 6 uur worden we opgehaald. We kopen ook een toeristen ticket. Dit is geldig voor alle bezienswaardigheden van Cusco. Cusco ligt op 3400 m hoogte. Het is het Rome van de inca´s. Het wordt tot de mooiste plekken van Zuid-Amerika gerekend. Het is een koloniale stad. Ooit was de stad het doelwit van de Spanjaarden die de rijke cultuur van de Inca´s wilden vernietigen. Cusco was al meer dan duizend jaar bewoond toen de Inca's daar in de elfde eeuw neerstreken. Maar de hele streek en vooral Cusco danken hun huidige bekendheid aan de Inca's. Cusco was voor de Inca's de "navel van de wereld". Dat was de stad ook letterlijk: in het midden van Cusco lag een groot plein, van waaruit het rijk in vier delen, gelijk aan de windstreken, verdeeld werd. Wanneer je er zo eens over nadenkt, kan dat plein dus alleen maar vierkant geweest zijn. Cusco was zo belangrijk bij de Inca's dat iemand die naar de stad op weg was, opzij ging voor iemand die er vandaan kwam. De Spanjaarden waren indertijd diep onder de indruk van Cusco. Het is een van de weinige steden, waar de oude Incafundamenten bewaard gebleven zijn. Dat levert prachtige straten op: deels Incamuren, met daarboven witgepleisterde Spaanse gebouwen, want om Cusco nu in zijn oude glorie te laten, daar dachten de Spanjaarden nu ook weer niet over. Helemaal oorspronkelijk schijnen die muren in het centrum nu ook weer niet allemaal te zijn, maar het is een heel mooi gezicht. De stad is bovendien door die Incafundamenten bij aardbevingen al een paar keer gespaard gebleven, terwijl anders gebouwde huizen instortten, bleven de gebouwen die op de Inca funderingen waren gebouwd overeind staan. Ook gaan we met een trammetje een rondrit
doen. De eerste stop is bij de ruïnes van Sacsayhuaman. Deze liggen aan een
steile weg. Boven hebben we een schitterend uitzicht over Cusco. Cusco werd
gebouwd in de vorm van een poema. Sacsayhuaman vormde de kop hiervan. Het was
ooit een Inca vesting. De steenblokken, die soms tientallen tonnen wegen, passen
zo goed in elkaar dat er geen spelt tussen is te krijgen. Hier wordt elk jaar op
24 juni het feest van de zonnewende gevierd. Dit is de dag dat de zon het verst
van de aarde vandaan is. De inca´s die grote sterrenkundigen en zon aanbidders
waren, probeerden met bezwerende rituelen de zon weer dichter bij de aarde te
brengen. De Inca´s danken hun bekendheid voor een groot deel aan hun unieke
bouwstijl. Ze bewerkten grote blokken steen zodanig dat ze precies op elkaar
pasten zonder gebruik van cement. De perfectie waarmee zij deze techniek
beoefenden roept nog altijd bewondering op. De manier waarop zij stenen
gebruikten was afhankelijk van het soort bouwwerk dat moest worden
geconstrueerd. Weer terug in Cusco gaan we op het plaza de Armas even wat eten. Dan gaan we verder met de verschillende musea. Cusco lijkt een geweldige stad. Wel druk, maar erg gezellig. Het eerste museum dat we bekijken is het Museo Santa Catalina. Het grootste gedeelte van het klooster is gesloten omdat er nog een twintig tal nonnen leeft. In de delen die wij mogen bekijken is een collectie schilderijen uit de school van Cusco te zien. Veel schilderijen laten zien dat bij de aardbeving het kruis door de straten werd gesleept om de boze goden die de beving veroorzaakten, gunstig te stemmen. Het volgende museum is het Museo de la Historia Regional. Het is het geboorte huis van de schrijver Garcilaso de la Vega. Hij heeft hier 21 jaar gewoond en al de verhalen van de familie van zijn moeder, die een Inca prinses was, opgeschreven. Er zijn hier kunst- en gebruiksvoorwerpen te zien uit de koloniale periode. Ook staat hier een mummie van Nasca met haar dat 1½ m lang is. Dan op naar het Museo Municipal de Arte Contemperáno. Hier vinden we mooie foto´s van de jungle en de dieren die hier leven. Er zijn verschillende zalen. Ook hier weer oude schilderijen. Maar de verrassing zijn de moderne schilderijen. Soms zijn de schilderijen wel bizar, maar het is wel even een afwisseling.
We lopen naar de Coricancha. Onderweg zien we de steen met de twaalf hoeken. Hij zit in het straatje Hutunrumiyoc. De afbeelding van deze steen zie je op veel plaatsen terug. Zelfs op het bier van Peru: het Cusqueña. De steen zit in een muur die deel uitmaakte van het paleis van Roca Inca. Hier bevindt zich het museum voor religieuze kunst. We hebben geen zin om dit nu te bekijken. De steen zien we vanaf de straat. Er zitten vrouwen gezellig voor te handwerken. Als we een foto maken zijn ze het er niet helemaal mee eens. Coricancha, dit was als zonnetempel het belangrijkste gebouw van Cusco. Hier werden de beeltenissen van de oppergoden, zoals Inti, bewaard. De muren waren gebouwd met de beste stenen. Het interieur was rijk versierd met goud, dat door de Inca´s werd aangeduid als “de tranen van de zon”. Ook werden hier gemummificeerde Inca lichamen bewaard die elke dag even in de zon werden gezet. Men gaf ze ook eten dat dan weer ritueel werd verbrand. De muren waren toen ook bedekt met 700 plakken van goud, die elk 2 kg wogen. Nu staan alleen de stenen er nog. De conquistadores hebben al het goud meegenomen. Als we het museo de sitio Quoriancha binnen willen gaan worden gevraagd om mee te doen in een promotie film over Cusco. Hoe zo zien we er uit als een echte toerist? Natuurlijk doen we mee. Bert z´n broer en ik gaan de filmset op. Bert wil alles zelf filmen, zodat hij niet hoeft "op te treden". We moeten een paar keer langs de Inca tempel van de zon lopen. Een paar dames van de tourist information vertellen ons zogenaamd het verhaal achter de theelepel. Het moet 3 keer opnieuw. Maar dan staat het er op. We mogen nog even door de camera kijken hoe het is geworden. We gaan nog wel even in het museum kijken. Ook hier veel oud aardewerk. We hebben geen zin meer in cultuur en het wordt koud. Vanuit Cusco maakten we een tweedaagse trip naar Machu Picchu: de ene dag heen, de andere dag terug. Het is mogelijk Machu Picchu in één dag vanuit Cusco te bezoeken, maar het wordt dan wel een erg lange dag. Dit is een rustiger constructie. We worden prachtig op tijd opgehaald. Ook de trein vertrekt op tijd. Bert houdt wel van speciale treinreizen en het zigzagspoor, stukje omhoog, wissel, stukje omlaag, wissel, stukje omhoog, wissel etc. vinden we ook erg leuk. We rijden het eerste stuk bijna door de tuinen van de huizen. De spoorwegovergang heeft geen bomen. De fluit gaat alleen een paar keer als hij in aantocht is. We kunnen de daken van de huizen nu goed bekijken. Er staat een kruis op. Op de dwarsbalken van het kruis hangen 2 flesjes water, 1 wijwater en 1 gewoon water en 2 koeien. Dit is ook om de geesten te bezweren. Een mix dus van het katholieke geloof en de indianen rituelen. De huizen die een houten deur hebben, hebben de ramen en de andere deur dichtgemaakt met de klei en het stro waarvan ook het huis is gebouwd. Dit allemaal om de kou buiten te houden in deze periode. ´s Zomers gaat het weer open.
De eigenlijke betekenis van Machu Picchu is nog steeds een zaak van speculatie. Sommige geleerden zeggen dat het in de laatste Inca jaren een poging is geweest om de Inca cultuur te bewaren. Of een laatste toevlucht van de maagden van de zon. Of een vesting om het hoofd te kunnen bieden aan oprukkende stammen uit het Amazone gebied. Of het heeft de hele Inca tijd bestaan. Maar het is nooit genoemd in de geschriften van de Spanjaarden. De Inca´s hadden nooit een geschreven taal, dus de al de details van hun historie kwamen van de Spaanse geschriften. Behalve een paar lokale Quechuas, wist niemand van het bestaan van Machu Picchu. Machu Picchu, wat "grote berg" betekent in het Q'uetcha, is in 1911 ontdekt door Hiram Bingham, die op zoek was naar Vilcabamba en dacht het op deze plaats gevonden te hebben. Dat klopte achteraf niet: Vilcambamba ligt ergens anders. Machu Picchu is indertijd niet gevonden door de Spanjaarden, wat verklaart dat de stad nog zo intact gebleven is. Machu Picchu ziet er tegenwoordig wel wat anders uit dan toen Bingham er rondliep. De plaats moet toen overwoekerd door het oerwoud en erg vervallen zijn geweest. Inmiddels is er veel gerestaureerd, lees: gereconstrueerd, en er wordt nog steeds hard gewerkt aan verder herstel. Bingham benoemde indertijd delen van de stad naar de functie die hij veronderstelde. Een beetje verwarrend is dat wel, want veel van de Bingham namen worden nog steeds gebruikt, terwijl de meeste achteraf niet juist bleken te zijn. Eén ding is echter bijzonder, in de begraafplaats van de citadel zijn 80 % van de lichamen vrouwen. Dit leidde tot de speculatie dat de richel een plaats was waar vrouwen werden geofferd aan de Inca goden. Maar een overschot aan vrouwen in een land in oorlog, is ook niet bijzonder. Dag 302 Machu Picchu
Om 10.30 uur is de gids klaar en begint voor ons de rondleiding. Machu Picchu bestaat uit verschillende wijken die voor een groot deel gescheiden zijn door de esplanada. De bovenstad met het garnizoen, de uitkijktoren en het terras. De terrassen waren van groot belang voor de bewoners omdat dit de enige stukjes goede landbouwgrond waren in de directe omgeving. Er werd fruit, geneeskrachtige planten en bloemen geteeld. Er was een zeer goed irrigatie systeem. De vruchtbare grond werd uit het dal aangevoerd. De beneden stad met graanzolders, tempels, school en werkplaatsen. De belangrijke religieuze gebouwen herken je aan de perfect in elkaar passende steenblokken. Terwijl de andere huizen van de boeren met adobe (klei, grond en stro) zijn gevoegd. De muren hellen naar binnen zodat ze beter aardbevingen bestand waren. Er zijn ±285 huizen gevonden. In elk huis woonden 4 personen. De alpaca´s die hier grazen in het groene gras zijn de laatste overlevenden van grote kuddes dieren die op de Altiplano werden ingevoerd. De dieren die het taaie en stekelige voedsel van de Altiplano gewend waren, stierven aan het malse gras op 2500 m. hoogte.
De drie vensters en de drie muren. Alles in drievoud: de drie regels van de Inca´s.
We hebben een geweldige gids hij vertelt van alles. We lopen verder naar het boventerras. Hier bevindt zich de sacristie. Hier bereidde de priester zich voor op de ceremonieën. Hij mocht dan 3 dagen niet eten. De 12 hoekige steen ligt hier ook. Dit rotsblok is in precies zo´n vorm geslepen dat de contouren overeenkomen met de bergen die er achter liggen. De zonnetempel: dit is het astronomisch observatorium. Het is de hoogste en mysterieuste plek van de stad. Aan de rand hiervan staat een zonnewijzer. In het midden staat een stenen tafel met daarop een hoeksteen met precieze geometrische vormen. Dit is waarschijnlijk de zonnekalender van de Inca´s. Er staan twee poorten, waarde zon op de kortste en de langste dag door heen scheen. Op het beneden terras ligt een steen in de vorm van een condor, met zijn kop naar de zon gericht. Hier is ook een kamer met twee ronde stenen waar water in staat. Dit waren spiegels om naar de maan te kijken. Ook staat er een maagdentempel. Deze is omgeven door volledig blinde muren.
Na al deze uitleg gaan we even wat eten en drinken. We zitten lekker even in het zonnetje na te genieten van al het moois dat we hebben gezien. Na een laatste blik op de verborgen stad, stappen we de bus naar het station in. De trein zit helemaal vol. Elke plaats is bezet. We stappen voordat het zigzagspoor begint over in de bus. Dit scheelt een uur reistijd. We doen ´s ochtends eerst wat boodschappen. Er is mail van onze dochter, dat er iets mis is met onze tickets. De (vervelende) dame van American Airlines in La Paz heeft de oude route open laten staan. We staan op dezelfde datum voor 2 verschillende vluchten geboekt. Wereldcontact, waar we het ticket hadden gekocht, heeft contact gezocht met onze dochter. Zij kunnen het niet helemaal veranderen. Maar de vlucht Lima-Miami hebben ze er wel uitgekregen. Dochterlief maakte zich wat zorgen. Ze vraagt ons even terug te mailen hoe het nu is afgelopen. We vragen bij een touroperator het telefoonnummer van American Airlines. Na ons telefoontje lijkt nu alles weer goed te komen. We mailen meteen even terug dat alles is geregeld. We gaan op het San Blas plein kijken. Deze volkswijk staat niet goed bekend, maar zo overdag zal ons toch niet veel gebeuren. Maar er is op maandag helaas geen markt. Jammer! Er staat wel een leuk kerkje met een Jezusbeeld aan de muur. Dan is het al weer tijd om naar de bus te gaan. Het wordt een lange rit in een nachtbus. Wij hebben plaatsen onder in de bus. Het is erg benauwd op deze plaatsen. De weg gaat via Abancay. In verband met overvallen wordt deze weg vaak vermeden. De chauffeur rijdt als een gek. Ik word er misselijk van. Er komen meer klachten. De aardige steward gaat aan de chauffeur vragen of hij ook iets normaler kan rijden. De steward is een "echte". Hij heeft gelakte nagels. Ik ben echt een beetje verbaasd dat dat hier zo openlijk kan. Het slapen wil eerst niet zo goed, maar opeens is dan toch 7.00 uur en staan we in Nasca. Dag 304 Nasca
We bekijken eerst een video over de lijnen. Hierna moeten we nog tot 10.30 uur wachten tot we aan de beurt zijn. We vliegen in een zeer klein 5 persoons vliegtuigje. Een aparte ervaring. Gedurende de 35 minuten lange vlucht heeft het toestel volgens mij maximaal 10 minuten horizontaal gevolgen, de rest van de tijd hing die verticaal in de lucht! Twee minuten over de rechter kant, in twee seconden omtuimelen naar links, en dan ondertussen foto´s maken vanuit het linker raampje. Leuk als je van 8 banen houdt! Het lukte mij om twee foto´s te maken. Verder heb ik al mijn energie nodig om niet flauw te vallen. Ik voel me doodziek. Bibberend op mijn benen stap ik uit het vliegtuigje. De twee broers hebben er beduidend minder last van.
Na de begraafplaats gaan de broertjes nog naar een ceramiek werkplaats. Hier worden antieke potten en voorwerpen gerestaureerd en volgens het oude procédé nagemaakt. De kleuren komen van diverse mineralen, die tot poeder zijn vermalen. De glans komt van grote kiezelstenen die langs de neus werden gehaald. (vet). Onderweg naar een werkplaats waar goud wordt gewonnen uit mineralen, doet de chauffeur opeens de gordel om. Er is een politie controle. Goudextractie is voor veel mensen uit deze arme streek een manier om een boterham te verdienen. De ruwe grondstof is gesteente met een minieme hoeveelheid goud. Dit wordt eerst in molens vermalen tot poeder. Dit poederlost men op in water en vervolgens gemengd met kwik. Het goud lost op in kwik. Twee mannen mengen dit giftige goedje 4 uren in een ronde bak met een gigantische mortier. Als zich voldoende goud heeft opgelost, wordt het water eruit gefilterd door doeken en blijft er een zilverkleurig hoopje over. Dit wordt weer verhit tot het kwik verdampt en het goud over blijft. Gemiddeld kan een man met dit ongezonde werk 2 á 3 gram goud per dag produceren. Ondertussen wordt gevraagd of Janneke een dokter nodig heeft. Nee dat is niet nodig. Kippensoep dan? Ik moet er niet aan denken! Dan krijg ik cocathee, waar ik wel van opknap. Dag 305 Nasca - Lima De cocathee heeft zijn werk goed gedaan. Na 10
uren slaap voel ik me een stuk beter. Dit wordt onze laatste dag samen met
broer. We lopen een stukje door Nasca. Het is wel een gezellig stadje. Om 13.30
uur gaat de bus. We gaan eerst naar het kantoortje van de busmaatschappij zelf.
Zij sturen ons door naar een luxe hotel, compleet met zwembad. Hier moeten we in
een gepaste luxe omgeving op onze luxe Ormeños bus wachten. De bus is zeker
luxe! Er
|